Naar hoofdinhoud

Artikel 3

Artikel 3

Onderdeel van Verdrag betreffende de leeftijd van toelating van kinderen tot het verrichten van niet-industriële werkzaamheden· Arbeidsrecht en sociaal-zekerheidsrecht

Deze tekst geldt sinds 12 juli 1936

1. De kinderen, die den 12-jarigen leeftijd bereikt hebben kunnen buiten de uren voor het schoolbezoek vastgesteld, voor lichte werkzaamheden gebruikt worden, mits die werkzaamheden: niet schadelijk zijn voor hun gezondheid of voor hun normale ontwikkeling; niet van zoodanigen aard zijn, dat zij hun regelmatig schoolbezoek kunnen schaden of hun vermogen om van het onderwijs, dat op school gegeven wordt, nut te trekken; niet langer duren dan twee uren per dag, hetzij op schooldagen of op vacantiedagen, terwijl het totaal aantal uren op school doorgebracht en aan de lichte werkzaamheden besteed in geen geval meer dan zeven uur per dag mag bedragen. 2. De lichte werkzaamheden zijn verboden: op Zondagen en op openbare wettelijk erkende feestdagen; ’s nachts d. w. z. gedurende een tijdvak van ten minste twaalf achtereenvolgende uren, waarin de tijd tusschen acht uur des namiddags en acht uur des voormiddags is begrepen. 3. De nationale wetgeving bepaalt, na raadpleging van de voornaamste betrokken werkgevers- en arbeidersorganisaties: de soorten van werkzaamheden, die als lichte werkzaamheden in den zin van dit artikel beschouwd kunnen worden; de waarborgen, die gegeven moeten worden, vóórdat de kinderen voor lichte werkzaamheden gebruikt mogen worden. 4. Behoudens het bepaalde onder a van het eerste lid bovengenoemd: kan de nationale wetgeving de werkzaamheden vaststellen, welke gedurende de vacantie van kinderen bedoeld in artikel 2 die ouder dan 14 jaar zijn, verricht mogen worden benevens hun duur per dag; mag in landen waar geenerlei bepaling betreffende het verplichte schoolbezoek bestaat, de duur van de lichte werkzaamheden niet meer bedragen dan vier en een half uur per dag.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel