Naar hoofdinhoud

Artikel 4

Artikel 4

Onderdeel van Verdrag betreffende de leeftijd van toelating van kinderen tot het verrichten van niet-industriële werkzaamheden· Arbeidsrecht en sociaal-zekerheidsrecht

Deze tekst geldt sinds 15 januari 1948

1. In het belang van de kunst of de wetenschap of het onderwijs, kan de nationale wetgeving door middel van individueele vergunningen, afwijkingen toestaan van de bepalingen van de artikelen 2 en 3 van dit verdrag, teneinde het optreden van kinderen in alle openbare vermakelijkheden mogelijk te maken alsmede het als spelers of als figuranten deelnemen in cinematografische opnamen. 2. Met dien verstande dat: geen afwijking toegestaan mag worden voor gevaarlijk werk in den zin van artikel 5 hierna genoemd, in het bijzonder werk in circussen, variété's en cabarets; strikte waarborgen moeten vastgesteld worden ter bescherming van de gezondheid, de lichamelijke ontwikkeling en de moraliteit van de kinderen, ter verzekering van goede behandeling en een behoorlijke rust en om het hun mogelijk te maken om het onderwijs te blijven volgen; de kinderen aan wie overeenkomstig het bepaalde in dit artikel toegestaan is te werken, niet na middernacht arbeid mogen verrichten.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel