Naar hoofdinhoud

Artikel 2

Artikel 2

Onderdeel van Verdrag ter verzekering van uitkeringen of bijstand aan onvrijwillig werklozen· Arbeidsrecht en sociaal-zekerheidsrecht

Deze tekst geldt sinds 17 januari 1967

1. Dit Verdrag is van toepassing op alle personen die gewoonlijk tegen loon of salaris werkzaam zijn. 2. Elk Lid kan echter in zijn nationale wetgeving de door dit Lid nodig geachte uitzonderingen maken, betreffende: huispersoneel; thuiswerkers; werknemers die vast werk hebben in dienst van de Regering, de plaatselijke overheid of van een openbaar nutsbedrijf; werknemers die geen handenarbeid verrichten, wier verdiensten door de bevoegde autoriteit voldoende hoog geacht worden om hen in staat te stellen zich zelf tegen het risico der werkloosheid te beschermen; werknemers wier arbeid het karakter van seizoenarbeid draagt, wanneer de duur van het seizoen normaal minder dan zes maanden bedraagt en die betrokkenen gewoonlijk gedurende de overige tijd van het jaar geen andere werkzaamheden, onder dit Verdrag vallend, verrichten; jeugdige werknemers die een bepaalde leeftijd nog niet hebben bereikt; werknemers die een bepaalde leeftijd hebben overschreden en in het genot zijn van een rust- of ouderdomspensioen; personen die slechts incidenteel of slechts als nevenberoep arbeid verrichten onder dit Verdrag vallend; leden van het gezin van de werkgever; zeer bijzondere groepen werknemers voor wie bijzondere omstandigheden gelden, welke maken dat het niet nodig of niet praktisch zou zijn om de bepalingen van dit Verdrag op hen toe te passen. 3. De Leden moeten in de jaarrapporten welke zij over de toepassing van dit Verdrag moeten indienen, de uitzonderingen vermelden, welke zij krachtens het vorig lid hebben vastgesteld. 4. Dit Verdrag is niet van toepassing op zeelieden, zeevissers, noch op landarbeiders, zoals die groepen door de nationale wetgeving zijn vastgesteld.

Rechtspraak bij dit artikel