Naar hoofdinhoud

Artikel 2

Artikel 2

Onderdeel van Verdrag betreffende repatriëring van schepelingen· Arbeidsrecht en sociaal-zekerheidsrecht

Deze tekst geldt sinds 5 mei 1948

Voor de toepassing van dit verdrag moeten de volgende uitdrukkingen als volgt worden verstaan: onder „schip” elk schip of vaartuig van welke aard ook, publiek of privaat eigendom, dat gewoonlijk gebezigd wordt voor zeevaart; onder „schepeling” ieder persoon, die werkzaam of in dienst is aan boord in welke hoedanigheid ook en op de monsterrol voorkomt, met uitzondering van kapiteins, loodsen, leerlingen van opleidingsschepen, leerlingen, met wie een leerlingovereenkomst gestoten is, van de bemanning van oorlogsschepen en van andere personen in vaste dienst van de Staat; onder „kapitein” ieder persoon, die het gezag over het schip voert en met de zorg daarover belast is, met uitzondering van loodsen; onder „schepen voor korte vaart” schepen, gebezigd voor handel tussen de havens van een land en de havens van een naburig land, gelegen binnen de geographische grenzen daarvoor in de nationale wet bepaald.

Rechtspraak bij dit artikel