Naar hoofdinhoud

DEEL II

Artikel 7

Artikel 7

Onderdeel van Verdrag betreffende de veiligheidsvoorschriften in het bouwbedrijf· Arbeidsrecht en sociaal-zekerheidsrecht

Deze tekst geldt sinds 2 mei 1951

1. Doelmatige steigers moeten ter beschikking van de arbeiders gesteld worden voor alle werkzaamheden, welke niet zonder gevaar met een ladder of met andere middelen verricht kunnen worden. 2. Steigers mogen slechts worden opgebouwd, afgebroken of belangrijke veranderingen ondergaan: onder toezicht van een bevoegde verantwoordelijke persoon; voor zoveel mogelijk door kundige arbeiders, die met die soort van arbeid vertrouwd zijn. 3. Alle steigers, alle hulpmiddelen, die ertoe behoren en alle ladders moeten: vervaardigd zijn van materialen van goede kwaliteit; behoorlijk sterk zijn, rekening houdend met de lasten en de spanningen, waaraan zij onderworpen zullen worden; in goede staat onderhouden worden. 4. De steigers moeten zodanig gebouwd zijn, dat bij normaal gebruik het verplaatsen van enig onderdeel wordt voorkomen. 5. De steigers mogen niet overbelast worden, en de lasten moeten zo gelijkmatig mogelijk verdeeld worden. 6. Voordat hefwerktuigen op steigers geplaatst worden, moeten bijzondere voorzorgen genomen worden, om de sterkte en de stabiliteit van deze steigers te verzekeren. 7. De steigers moeten geregeld door een bevoegd persoon nagezien worden. 8. De werkgever moet, voordat hij toestemming verleent om een steiger, al dan niet door zijn werklieden gebouwd, door zijn werklieden te doen gebruiken, er zich van overtuigen, dat deze steiger geheel voldoet aan de eisen van dit artikel.

Rechtspraak bij dit artikel