Naar hoofdinhoud

Artikel 11

Artikel 11

Onderdeel van Internationaal Verdrag voor de vereenvoudiging van douaneformaliteiten· Belastingrecht

Deze tekst geldt sinds 28 augustus 1925

De Verdragstaten zullen de gevallen, waarin certificaten van oorsprong worden geëischt, zooveel mogelijk beperken. In overeenstemming met dit beginsel en met dien verstande, dat de douane-administraties haar volle recht van contrôle behouden ten aanzien van den werkelijken oorsprong der goederen en dientengevolge ook het recht om niettegenstaande de overlegging van certificaten alle andere bewijzen te vorderen, welke zij noodig oordeelen, aanvaarden de Verdragstaten de verplichting om zich overeenkomstig de volgende bepalingen te gedragen: de Verdragstaten zullen er naar streven om de voorschriften en de formaliteiten met betrekking tot de afgifte en de erkenning van de certificaten van oorsprong, zo eenvoudig en rechtvaardig mogelijk te maken en zij zullen ter kennis van het publiek brengen in welke gevallen de certificaten worden geëischt en onder welke voorwaarden zij worden afgegeven. De certificaten van oorsprong kunnen niet alleen worden afgegeven door de officieele autoriteiten van de Verdragstaten, maar ook door alle andere organisaties, daartoe bevoegd en de noodige waarborgen biedende, welke van te voren te dien einde door ieder van de betrokken Staten zijn goedgekeurd. Iedere Verdragstaat zal zoo spoedig mogelijk aan het Secretariaat van den Volkenbond een lijst mededeelen van de organisaties, die hij bevoegd zal hebben verklaard tot de afgifte van de certificaten van oorsprong. Iedere Staat behoudt zich het recht voor zijn goedkeuring van een van de aldus opgegeven organisaties in te trekken, wanneer hij vaststelt, dat deze organisatie op ongeoorloofde wijze de bedoelde certificaten heeft afgegeven. Ingeval goederen niet rechtstreeks uit het land van oorsprong worden ingevoerd, maar het land binnenkomen over het grondgebied van een derden Verdragstaat, zullen de douane-administraties de certificaten van oorsprong, zooals deze zijn opgemaakt door de bevoegde organisaties van dit derde land, aanvaarden, waarbij zij zich echter het recht voorbehouden om de juistheid van zoodanige certificaten op dezelfde wijze te verifieeren als ingeval van certificaten, die afgegeven zijn door het land van oorsprong. De douane-administraties zullen het overleggen van een certificaat van oorsprong niet verlangen: wanneer de betrokkene afziet van de voordeelen van een behandeling, welker toepassing afhankelijk is van het overleggen van een zoodanig certificaat; wanneer reeds de aard van de goederen onbetwistbaar den oorsprong aanwijst en te dien aanzien een voorafgaande overeenkomst tusschen de betrokken Staten is getroffen; wanneer de goederen vergezeld zijn van een certificaat, waaruit blijkt, dat zij recht hebben op een regionale benaming, onder voorbehoud, dat dit certificaat afgegeven is door een daartoe bevoegde organisatie, goedgekeurd door het land van invoer. Wanneer de wetgeving van de betrokken landen zich er niet tegen verzet, moeten de douane-administraties, ingeval wederkeerigkeid is verzekerd: met uitzondering van gevallen waarin misbruik wordt vermoed, eveneens van de overlegging van een bewijs van oorsprong vrijstellen de invoeren, die klaarblijkelijk geen handelskarakter dragen of die, hoewel zij dat karakter dragen, slechts een geringe waarde hebben; certificaten van oorsprong, afgegeven voor goederen waarvan de uitvoer niet onmiddellijk heeft plaats gehad, aanvaarden, mits de afzending van deze goederen plaats heeft gehad binnen een termijn van een of twee maanden, naar gelang het land van afzending en het land van bestemming al dan niet aan elkander grenzen, met dien verstande, dat deze termijnen vatbaar zijn voor verlenging wanneer de redenen gegeven ter verklaring van de vertraging in het vervoer afdoende voorkomen. Wanneer om een aannemelijke reden de invoerder niet in staat is een certificaat van oorsprong bij den invoer van goederen over te leggen, zal het noodige uitstel voor het overleggen van dit stuk hem kunnen worden toegestaan op de voorwaarden, die de douane-administraties nuttig zullen oordeelen om de betaling van de eventueel verschuldigde rechten te waarborgen. Wanneer het certificaat later wordt overgelegd, zullen de rechten, die te veel betaald of gestort zijn, zoo spoedig mogelijk worden terugbetaald. Bij de toepassing van deze bepaling, zal rekening worden gehouden met de gevolgen van een eventueel overschrijden van de vastgestelde contingenten. De certificaten zullen kunnen worden opgesteld, hetzij in de taal van het land van invoer, hetzij in die van het land van uitvoer; de douane van het land van invoer heeft, ingeval van twijfel over de strekking van het stuk, het recht een vertaling er van te verlangen. De certificaten van oorsprong zullen in beginsel vrijgesteld zijn van het consulair visum, met name wanneer zij uitgaan van de douane-administraties. Wanneer in uitzonderingsgevallen het consulaire visum vereischt blijft, kunnen de betrokken personen te hunner keuze de certificaten van oorsprong doen viseeren, hetzij door den consul van hun ressort, hetzij door den consul van een naburig ressort; de kosten van het visum zullen zoo gering mogelijk moeten zijn en die van de afgifte niet te boven mogen gaan, met name wanneer het zendingen van geringe waarde betreft. De bepalingen van dit artikel zijn van toepassing op alle stukken, die dienst doen als certificaten van oorsprong.

Rechtspraak bij dit artikel