De in artikel 3 bedoelde strafbare feiten zijn van rechtswege begrepen onder de gevallen, waarin uitlevering kan plaats hebben, in ieder tusschen de Hooge Verdragsluitende Partijen gesloten of te sluiten uitleveringsverdrag.
De Hooge Verdragsluitende Partijen, die uitlevering niet afhankelijk maken van het bestaan van een verdrag of van een voorwaarde van wederkeerigheid, erkennen van nu af de in artikel 3 bedoelde feiten als gevallen, waarin onderling uitlevering kan plaats hebben.
De uitlevering zal worden toegestaan overeenkomstig het recht van het land, waartoe de aanvraag gericht is.
Deel I
Artikel 10
Artikel 10
Onderdeel van Verdrag ter bestrijding van de valsemunterij· Financieel en economisch recht
Deze tekst geldt sinds 29 juli 1932