Vreemdelingen, die in het buitenland een in artikel 3 bedoeld feit hebben begaan en die zich binnen het gebied van een land bevinden, welks binnenlandsche wetgeving als algemeenen regel het beginsel van vervolging van in het buitenland gepleegde strafbare feiten aanvaardt, moeten op dezelfde wijze worden gestraft alsof het feit op het gebied van dat land gepleegd ware.
De verplichting tot vervolging is afhankelijk van de voorwaarde, dat uitlevering gevraagd is en dat het land, waartoe de aanvraag gericht is, den beschuldigde niet kan uitleveren wegens een reden, welke geen verband met het feit houdt.
Deel I
Artikel 9
Artikel 9
Onderdeel van Verdrag ter bestrijding van de valsemunterij· Financieel en economisch recht
Deze tekst geldt sinds 29 juli 1932