In landen, die het beginsel van uitlevering van eigen onderdanen niet aanvaarden, moeten de onderdanen, die naar het gebied van hun land teruggekeerd zijn na zich in het buitenland aan een in artikel 3 bedoeld feit schuldig te hebben gemaakt, op dezelfde wijze gestraft worden alsof het feit op het eigen gebied gepleegd ware, zelfs in geval de schuldige zijn nationaliteit na het plegen van het strafbare feit verkregen zou hebben.
Deze bepaling is niet van toepassing, indien in een overeenkomstig geval de uitlevering van een vreemdeling niet zou kunnen worden toegestaan.
Deel I
Artikel 8
Artikel 8
Onderdeel van Verdrag ter bestrijding van de valsemunterij· Financieel en economisch recht
Deze tekst geldt sinds 29 juli 1932