**(1).** De auteurs van letterkundige, wetenschappelijke of kunst-werken hebben het uitsluitend recht machtiging te verleenen tot de reproductie, bewerking en openbare opvoering van hunne werken door middel van de cinematographie.
**(2).** Cinematographische voortbrengselen worden beschermd als letterkundige of kunst-werken wanneer de maker aan zijn werk een origineel karakter heeft gegeven. Wanneer dat karakter ontbreekt geniet het cinematographische voortbrengsel gelijke bescherming als een photographisch werk.
**(3).** Zonder daardoor te kort te doen aan de rechten van den auteur van het werk dat wordt weergegeven of bewerkt, wordt het cinematographisch werk beschermd als een oorspronkelijk werk.
**(4).** De voorafgaande bepalingen zijn mede van toepassing op het reproduceeren of produceeren door middel van iedere andere werkwijze die op de cinematographie gelijkt.
Artikel 14
Artikel 14
Onderdeel van Berner Conventie tot bescherming van letterkundige en kunstwerken van 9 september 1886, herzien te Berlijn op 13 november 1908 en te Rome op 2 juni 1928· Intellectuele eigendom
Deze tekst geldt sinds 1 augustus 1931