**1.** Dit artikel heeft betrekking op het beheersen en, waar mogelijk, verminderen van de emissies van kwik en kwikverbindingen, vaak uitgedrukt als „totaal kwik”, in de atmosfeer door maatregelen om de emissies van puntbronnen die vallen onder de in Bijlage D vermelde broncategorieën te beheersen.
**2.** Voor de toepassing van dit artikel wordt verstaan onder:
„emissies”: emissies van kwik of kwikverbindingen in de atmosfeer;
„relevante bron”: een bron die valt onder een van de in Bijlage D vermelde broncategorieën. Een partij kan desgewenst criteria vaststellen om de bronnen die behoren tot een in Bijlage D vermelde broncategorie te identificeren, mits de criteria voor een categorie ten minste 75 procent van de emissies uit die categorie omvatten;
„nieuwe bron”: elke relevante bron in een categorie die in Bijlage D is vermeld waarvan de bouw of ingrijpende wijziging is aangevangen ten minste een jaar na de datum van:
inwerkingtreding van dit Verdrag voor de betrokken partij; of
inwerkingtreding voor de betrokken partij van een wijziging van Bijlage D wanneer de bron uitsluitend uit hoofde van die wijziging onderworpen wordt aan de bepalingen van dit Verdrag;
„ingrijpende wijziging”: een wijziging van een relevante bron die leidt tot een wezenlijke toename van emissies, uitgezonderd veranderingen van emissies die het gevolg zijn van de terugwinning van bijproducten. Het is aan de partij te beslissen of een wijziging al dan niet ingrijpend is;
„bestaande bron”: elke relevante bron die geen nieuwe bron is;
„emissiegrenswaarde”: de maximale door een puntbron uitgestoten concentratie, massa of het maximale emissieniveau van kwik of kwikverbindingen, vaak uitgedrukt als „totaal kwik”
**3.** Een partij met relevante bronnen neemt maatregelen om emissies te beheersen en kan een nationaal plan opstellen waarin de maatregelen worden beschreven die worden genomen om emissies te beheersen en de verwachte streefcijfers, doelstellingen en uitkomsten. De plannen worden ingediend bij de Conferentie van de partijen binnen vier jaar na de datum van inwerkingtreding van het Verdrag voor die partij. Indien een partij een uitvoeringsplan ontwikkelt in overeenstemming met artikel 20, kan de partij daarin het plan dat ingevolge dit lid is opgesteld opnemen.
**4.** Voor haar nieuwe bronnen eist elke partij het gebruik van de beste beschikbare technieken en de beste milieupraktijken om emissies te beheersen en, wanneer mogelijk, te verminderen, zo snel als praktisch uitvoerbaar is maar uiterlijk vijf jaar na de datum waarop het Verdrag voor die partij in werking is getreden. Een partij kan emissiegrenswaarden hanteren die in overeenstemming zijn met de toepassing van de beste beschikbare technieken.
**5.** Voor haar bestaande bronnen neemt elke partij een of meer van de volgende maatregelen op in haar nationale plannen, en voert deze uit, rekening houdend met haar nationale omstandigheden en de economische en technische haalbaarheid en betaalbaarheid van de volgende maatregelen, zo snel als praktisch uitvoerbaar is maar uiterlijk tien jaar na de datum waarop het Verdrag voor haar in werking is getreden:
een gekwantificeerde doelstelling om emissies uit relevante bronnen te beheersen en, waar mogelijk, te verminderen;
emissiegrenswaarden om emissies uit relevante bronnen te beheersen en, waar mogelijk, te verminderen;
het gebruik van de beste beschikbare technieken en de beste milieupraktijken om emissies uit relevante bronnen te beheersen;
een beheersingsstrategie voor meerdere vervuilende stoffen die bijkomende voordelen oplevert bij de beheersing van kwikemissies;
alternatieve maatregelen om emissies uit relevante bronnen te verminderen.
**6.** De partijen kunnen dezelfde maatregelen toepassen op alle bestaande relevante bronnen of andere maatregelen aannemen ten aanzien van elke broncategorie. Het doel van door een partij toegepaste maatregelen is redelijke vooruitgang te boeken met het in de loop der tijd verminderen van emissies.
**7.** Elke partij stelt, zo snel als praktisch mogelijk is en uiterlijk vijf jaar na de datum waarop het Verdrag voor haar in werking treedt, een inventaris op van de emissies uit relevante bronnen en houdt deze daarna bij.
**8.** De Conferentie van de partijen neemt tijdens haar eerste vergadering richtlijnen aan voor:
de beste beschikbare technieken en de beste milieupraktijken, rekening houdend met verschillen tussen nieuwe en bestaande bronnen en de noodzaak effecten op alle milieucompartimenten te minimaliseren; en
steun voor partijen bij het uitvoeren van de in het vijfde lid vervatte maatregelen, met name het bepalen van doelstellingen en vaststellen van emissiegrenswaarden.
**9.** De Conferentie van de partijen neemt, zo snel als praktisch mogelijk is, richtlijnen aan voor:
criteria die partijen ingevolge het tweede lid, onderdeel b, kunnen ontwikkelen;
de methode voor het inventariseren van emissies.
**10.** De Conferentie van de partijen toetst regelmatig de ingevolge het achtste en negende lid ontwikkelde richtlijnen en actualiseert deze indien nodig. De partijen nemen deze richtlijnen in acht bij het uitvoeren van de relevante bepalingen van dit artikel.
**11.** Elke partij neemt informatie over de tenuitvoerlegging van dit artikel op in de verslagen die zij ingevolge artikel 21 indient, met name informatie over de maatregelen die zij genomen heeft in overeenstemming met het vierde tot en met het zevende lid en de effectiviteit van de maatregelen.
Artikel 8
Emissies
Onderdeel van Verdrag van Minamata inzake kwik· Agrarisch recht
Deze tekst geldt sinds 16 augustus 2017