Naar hoofdinhoud
1. Met betrekking tot belastingen, heffingen, lasten en verminderingen en vrijstellingen van belasting kent elke verdragsluitende partij met betrekking tot de exploitatie, het beheer, de instandhouding, het gebruik, het genot en de vervreemding van de investering aan onderdanen van de andere verdragsluitende partij die zich op haar grondgebied met economische activiteiten bezighouden, een behandeling toe die niet minder gunstig is dan die welke wordt toegekend aan haar eigen onderdanen of aan die van een derde staat die zich in dezelfde omstandigheden bevinden, naargelang van welke het gunstigst is voor de betrokken onderdanen. Hierbij wordt evenwel geen rekening gehouden met bijzondere belastingvoordelen door die partij toegekend: ingevolge een verdrag ter vermijding van dubbele belasting; of uit hoofde van haar deelneming aan een douane-unie, economische unie of soortgelijke instelling; of op basis van wederkerigheid met een derde staat. 2. Niets in dit artikel wordt zo uitgelegd dat het een verdragsluitende partij de wettelijke verplichting oplegt de inwoner van de andere verdragsluitende partij het voordeel te doen genieten van een behandeling, voorkeur of voorrecht die aan een andere staat of zijn inwoners kan worden toegekend uit hoofde van de oprichting van een douane-unie, economische ruimte, bijzondere overeenkomst, vrijhandelsgebied of uit hoofde van enige regionale of subregionale regeling die geheel of hoofdzakelijk betrekking heeft op kapitaalverkeer of belastingheffing waarbij de genoemde staat partij kan zijn.

Rechtspraak bij dit artikel