**1.** De verdragsluitende partijen erkennen, dat binnenlandse belastingen en andere binnenlandse heffingen, evenals wetten, verordeningen en voorschriften betreffende verkoop, aanbod ten verkoop, koop, vervoer, distributie of gebruik van produkten in het binnenland, en binnenlandse kwantitatieve regelingen welke menging, be- of verwerking of gebruik van produkten in bepaalde hoeveelheden of verhoudingen voorschrijven, niet mogen worden toegepast op geïmporteerde of binnenlandse produkten op zodanige wijze dat bescherming aan de binnenlandse produktie wordt verleend.
**2.** De produkten van oorsprong uit het grondgebied van enige verdragsluitende partij zijn bij invoer in het grondgebied van enige andere verdragsluitende partij noch rechtstreeks noch middellijk onderworpen aan binnenlandse belastingen of andere binnenlandse heffingen van welke aard ook hoger dan die welke rechtstreeks of middellijk overeenkomstige produkten van binnenlandse oorsprong treffen. Bovendien mag geen verdragsluitende partij op enige andere wijze binnenlandse belastingen of andere binnenlandse heffingen op geïmporteerde of binnenlandse produkten toepassen op een wijze die in strijd is met de in lid 1 geformuleerde beginselen.
**3.** Wat betreft een bestaande binnenlandse belasting die onverenigbaar is met het bepaalde in lid 2 doch uitdrukkelijk is toegestaan op grond van een op 10 april 1947 van kracht zijnde handelsovereenkomst krachtens welke het invoerrecht op het belaste produkt niet kan worden verhoogd, staat het de verdragsluitende partij die de belasting heft vrij de toepassing van het bepaalde in lid 2 ten aanzien van deze heffing uit te stellen totdat zij ontheffing kan verkrijgen van de bij deze handelsovereenkomst aangegane verplichtingen en zij, dus het recht heeft verkregen dit invoerrecht in die mate te verhogen als nodig is om het nadeel van de opheffing van de door de belasting verleende bescherming te ondervangen.
**4.** De produkten van oorsprong uit het grondgebied van enige verdragsluitende partij mogen bij invoer in het grondgebied van een andere verdragsluitende partij, wat betreft alle wetten, verordeningen en voorschriften betreffende verkoop, aanbod ten verkoop, koop, vervoer, distributie of gebruik in het binnenland, geen minder gunstige behandeling genieten dan die welke wordt verleend aan overeenkomstige produkten van binnenlandse oorsprong. Het bepaalde in dit lid vormt geen beletsel voor de toepassing van differentiële binnenlandse vervoerstarieven welke uitsluitend berusten op de economische exploitatie van vervoermiddelen en niet op de oorsprong van het produkt.
**5.** Geen verdragsluitende partij mag enige binnenlandse kwantitatieve regeling nopens menging, be- of verwerking of gebruik van produkten in bepaalde hoeveelheden of verhoudingen uitvaardigen of handhaven die rechtstreeks of middellijk zou vereisen, dat een bepaalde hoeveelheid of een bepaald percentage van een onder de regeling vallend produkt van binnenlandse oorsprong moet zijn. Bovendien mag geen verdragsluitende partij op enigerlei andere wijze binnenlandse kwantitatieve regelingen toepassen op een wijze die in strijd is met de in lid 1 geformuleerde beginselen.
**6.** Het bepaalde in lid 5 is niet van toepassing op enigerlei binnenlandse kwantitatieve regeling welke, ter keuze van een verdragsluitende partij, op 1 juli 1939, op 10 april 1947 of op 24 maart 1948 binnen het grondgebied van die verdragsluitende partij van kracht is, onder voorwaarde dat een zodanige regeling welke in strijd is met het bepaalde in lid 5 niet ten nadele van de invoer mag worden gewijzigd en dientengevolge zal worden beschouwd als een invoerrecht ter fine van onderhandeling.
**7.** Geen binnenlandse kwantitatieve regeling nopens menging, be- of verwerking of gebruik van produkten in bepaalde hoeveelheden of percentages mag worden toegepast op zodanige wijze dat bedoelde hoeveelheden of percentages over buitenlandse toevoerbronnen worden verdeeld.
**8.** De bepalingen van dit artikel zijn niet van toepassing op wetten, verordeningen of voorschriften nopens de aanschaffing door overheidsorganen van produkten welke zijn aangekocht voor overheidsdoeleinden en niet voor wederverkoop in de handel of voor de produktie van voor verkoop in de handel bestemde goederen.
De bepalingen van dit artikel mogen niet de uitkering beletten, uitsluitend aan binnenlandse producenten, van subsidies, daaronder begrepen betalingen aan binnenlandse producenten uit de opbrengst van binnenlandse belastingen of heffingen toegepast overeenkomstig de bepalingen van dit artikel, alsmede subsidies in de vorm van aankopen van binnenlandse produkten door of voor rekening van de overheid.
**9.** De verdragsluitende partijen erkennen, dat binnenlandse prijsbeheersing door middel van vaststelling van maximumprijzen, zelfs indien deze in overeenstemming is met de andere bepalingen van dit artikel, nadelige gevolgen kan teweegbrengen voor de belangen van verdragsluitende partijen die importprodukten leveren. Mitsdien dienen de verdragsluitende partijen die dergelijke maatregelen toepassen rekening te houden met de belangen van de exporterende verdragsluitende partijen teneinde zoveel mogelijk deze nadelige gevolgen te vermijden.
**10.** De bepalingen van dit artikel beletten een verdragsluitende partij niet binnenlandse kwantitatieve regelingen die betrekking hebben op belichte cinematografische films en voldoen aan de bepalingen van artikel IV, in te stellen of in stand te houden.
De Engelse en Franse tekst van de Overeenkomst is oorspronkelijk
gepubliceerd in Stb.1950/K 440. De vertaling is gepubliceerd in
Stb.1950/K 440. De Overeenkomst wordt voorlopig toegepast per 1
januari 1948, zie Trb. 1951/53. Het verdrag is aangevuld en
gewijzigd door de in rubriek J van Trb. 1954/129 en rubriek J van
Trb. 1956/29 genoemde Protocollen, Overeenkomsten, etc.
DEEL II
Artikel III
Nationale behandeling op het gebied van binnenlandse belastingen en regelingen
Onderdeel van Algemene Overeenkomst betreffende tarieven en handel· Financieel en economisch recht