Naar hoofdinhoud

DEEL II

Artikel IV

Bijzondere voorschriften nopens cinematografische films

Onderdeel van Algemene Overeenkomst betreffende tarieven en handel· Financieel en economisch recht

Indien een verdragsluitende partij binnenlandse kwantitatieve regelingen nopens belichte cinematografische films instelt of in stand houdt, dienen deze regelingen de vorm te hebben van projectietijdcontingenten welke aan de volgende eisen moeten voldoen: De projectietijd-contingenten mogen inhouden, dat over een bepaalde periode van minstens een jaar, cinematografische films van nationale oorsprong moeten worden vertoond gedurende een bepaald minimum gedeelte van de totale projectietijd die besteed wordt aan de commerciële vertoning van films ongeacht van welke oorsprong. Zodanige contingenten dienen te worden vastgesteld op basis van de projectietijd per bioscoop per jaar of van een daarmede overeenkomende grootheid; Met uitzondering van de krachtens een projectietijd-contingent voor films van nationale oorsprong gereserveerde projectietijd, mag geen projectietijd, daarbij inbegrepen die welke oorspronkelijk was gereserveerd voor vertoning van nationale films doch bij bestuurlijke maatregel is vrijgegeven, rechtens noch in feite worden toegewezen onder de films van verschillende oorsprong; Niettegenstaande het bepaalde sub (b) van dit artikel, mag elke verdragsluitende partij projectietijd-contingenten handhaven welke voldoen aan de sub (a) van dit artikel gestelde eisen, en een minimum percentage aan projectietijd reserveren voor films van een bepaalde oorsprong, films van de verdragsluitende partij die zulke projectietijd-contingenten heeft ingesteld daarbij uitgezonderd, onder voorbehoud dat dit minimum percentage niet wordt verhoogd boven het op 10 april 1947 geldende niveau; Projectietijd-contingenten kunnen door middel van onderhandelingen worden beperkt, geliberaliseerd of afgeschaft. De Engelse en Franse tekst van de Overeenkomst is oorspronkelijk gepubliceerd in Stb.1950/K 440. De vertaling is gepubliceerd in Stb.1950/K 440. De Overeenkomst wordt voorlopig toegepast per 1 januari 1948, zie Trb. 1951/53. Het verdrag is aangevuld en gewijzigd door de in rubriek J van Trb. 1954/129 en rubriek J van Trb. 1956/29 genoemde Protocollen, Overeenkomsten, etc.

Rechtspraak bij dit artikel