Naar hoofdinhoud

DEEL III

Artikel XXV

Gezamenlijk optreden van de verdragsluitende partijen

Onderdeel van Algemene Overeenkomst betreffende tarieven en handel· Financieel en economisch recht

1. Er worden periodiek vergaderingen van vertegenwoordigers van de verdragsluitende partijen gehouden teneinde de uitvoering van die bepalingen van deze Overeenkomst welke een gezamenlijk optreden vereisen, te verzekeren en in het algemeen de toepassing van deze Overeenkomst te vergemakkelijken en de verwezenlijking van haar doeleinden te bevorderen. Overal waar in deze Overeenkomst sprake is van de gezamenlijk optredende verdragsluitende partijen worden deze aangeduid als de VERDRAGSLUITENDE PARTIJEN. 2. De Secretaris-Generaal van de Verenigde Naties wordt verzocht de eerste vergadering van de VERDRAGSLUITENDE PARTIJEN uiterlijk tegen 1 maart 1948 bijeen te roepen. 3. Elke verdragsluitende partij heeft een stem op alle vergaderingen van de VERDRAGSLUITENDE PARTIJEN. 4. Tenzij in deze Overeenkomst anders is voorgeschreven, worden de beslissingen van de VERDRAGSLUITENDE PARTIJEN bij meerderheid der uitgebrachte stemmen genomen. 5. In buitengewone omstandigheden waarvoor elders in deze Overeenkomst geen voorziening is getroffen, mogen de VERDRAGSLUITENDE PARTIJEN een verdragsluitende partij ontheffing verlenen van een haar bij deze Overeenkomst opgelegde verplichting, op voorwaarde echter dat zulk een beslissing door een meerderheid van twee derde der uitgebrachte stemmen wordt goedgekeurd en dat deze meerderheid meer dan de helft van de verdragsluitende partijen omvat. Bij een zodanige stemming kunnen de VERDRAGSLUITENDE PARTIJEN eveneens: bepaalde categorieën buitengewone omstandigheden vaststellen, waarbij andere voorwaarden van stemming zullen gelden, om een verdragsluitende partij van haar verplichtingen te ontheffen en de maatstaven voorschrijven welke voor de toepassing van dit lid nodig kunnen zijn. De Engelse en Franse tekst van de Overeenkomst is oorspronkelijk gepubliceerd in Stb.1950/K 440. De vertaling is gepubliceerd in Stb.1950/K 440. De Overeenkomst wordt voorlopig toegepast per 1 januari 1948, zie Trb. 1951/53. Het verdrag is aangevuld en gewijzigd door de in rubriek J van Trb. 1954/129 en rubriek J van Trb. 1956/29 genoemde Protocollen, Overeenkomsten, etc.

Rechtspraak bij dit artikel