Naar hoofdinhoud

DEEL III

Artikel XXVIII

Wijziging van de Lijsten

Onderdeel van Algemene Overeenkomst betreffende tarieven en handel· Financieel en economisch recht

1. Vanaf de eerste dag van ieder tijdvak van drie jaar, waarbij het eerste tijdvak aanvangt op 1 januari 1958, (of vanaf de eerste dag van ieder ander tijdvak dat de VERDRAGSLUITENDE PARTIJEN met twee derde der uitgebrachte stemmen vaststellen), mag een verdragsluitende partij (hierna in dit artikel te noemen „verzoekende verdragsluitende partij”) een concessie voorkomende in de desbetreffende bij deze Overeenkomst gevoegde Lijst wijzigen of intrekken, nadat zij in onderhandeling is getreden en overeenstemming heeft bereikt met de verdragsluitende partij met wie een dergelijke concessie aanvankelijk werd overeengekomen, zomede met iedere andere verdragsluitende partij die naar het oordeel van de VERDRAGSLUITENDE PARTIJEN de voornaamste leverancier is (deze twee categorieën verdragsluitende partijen worden, evenals de verzoekende verdragsluitende partij, hierna in dit artikel de „voornaamste belanghebbende verdragsluitende partijen” genoemd), en onder voorbehoud van overleg met iedere andere verdragsluitende partij die naar het oordeel van de VERDRAGSLUITENDE PARTIJEN een aanmerkelijk belang bij een dergelijke concessie heeft. 2. Bij dergelijke onderhandelingen en bij een dergelijke overeenstemming, welke laatste compensaties betreffende andere produkten kan bevatten, dienen de betrokken verdragsluitende partijen te trachten de overeengekomen wederkerige en wederzijds voordelige concessies te handhaven op een peil dat voor de handel niet minder gunstig is dan hetgeen was voorzien in deze Overeenkomst voordat bovengenoemde onderhandelingen werden gehouden. 3. Indien vóór 1 januari 1958 of vóór de afloop van het tijdvak bedoeld in lid 1 van dit artikel geen overeenstemming tussen de voornaamste belanghebbende verdragsluitende partijen kan worden bereikt, heeft de verdragsluitende partij die voornemens is de concessie te wijzigen of in te trekken, niettemin het recht zulks te doen. In dat geval heeft elke verdragsluitende partij met wie een dergelijke concessie aanvankelijk werd overeengekomen, elke verdragsluitende partij die overeenkomstig het bepaalde in lid 1 wordt geacht de voornaamste leverancier te zijn en elke verdragsluitende partij die overeenkomstig het bepaalde in lid 1 wordt geacht een aanmerkelijk belang te hebben het recht om uiterlijk zes maanden nadat de maatregel is genomen nagenoeg gelijkwaardige concessies welke aanvankelijk werden overeengekomen met de verzoekende verdragsluitende partij in te trekken, doch zulks niet eerder dan dertig dagen nadat schriftelijk bericht van de intrekking door de VERDRAGSLUITENDE PARTIJEN is ontvangen. Indien tussen de voornaamste belanghebbende verdragsluitende partijen een overeenstemming is bereikt welke een andere verdragsluitende partij die overeenkomstig het bepaalde in lid 1 van dit artikel wordt geacht een aanmerkelijk belang te hebben niet bevredigt, heeft deze andere verdragsluitende partij het recht uiterlijk zes maanden nadat de maatregel is genomen nagenoeg gelijkwaardige concessies welke aanvankelijk met de verzoekende verdragsluitende partij waren overeengekomen in te trekken, doch zulks niet eerder dan dertig dagen nadat schriftelijk bericht van de intrekking door de VERDRAGSLUITENDE PARTIJEN is ontvangen. 4. De VERDRAGSLUITENDE PARTIJEN kunnen te allen tijde in buitengewone omstandigheden een verdragsluitende partij machtigen in onderhandeling te treden over de wijziging of de intrekking van een concessie voorkomend in de desbetreffende bij deze Overeenkomst behorende Lijst, en wel overeenkomstig de volgende procedure en voorwaarden: Genoemde onderhandelingen en het daarop betrekking hebbende overleg worden gevoerd overeenkomstig de bepalingen van de leden 1 en 2 van dit artikel. Indien tijdens de onderhandelingen tussen de voornaamste belanghebbende verdragsluitende partijen overeenstemming is bereikt, is het bepaalde in lid 3 (b) van dit artikel van toepassing. Indien geen overeenstemming tussen de voornaamste belanghebbende partijen is bereikt binnen een termijn van zestig dagen nadat machtiging tot onderhandelen is gegeven, dan wel binnen een langere door de VERDRAGSLUITENDE PARTIJEN vastgestelde termijn, kan de verzoekende verdragsluitende partij de aangelegenheid verwijzen naar de VERDRAGSLUITENDE PARTIJEN. Indien een dergelijke aangelegenheid naar de VERDRAGSLUITENDE PARTIJEN is verwezen, dienen deze haar onverwijld te bestuderen en de voornaamste belanghebbende verdragsluitende partijen van hun bevindingen op de hoogte te brengen teneinde een vergelijk tot stand te brengen. Indien een vergelijk tot stand komt, is het bepaalde in lid 3 (b) toepasselijk als ware overeenstemming bereikt tussen de voornaamste belanghebbende verdragsluitende partijen. Indien geen vergelijk tot stand komt tussen de voornaamste belanghebbende partijen, heeft de verzoekende verdragsluitende partij het recht om de concessie te wijzigen of in te trekken, tenzij de VERDRAGSLUITENDE PARTIJEN beslissen, dat de verzoekende verdragsluitende partij niet al het mogelijke heeft gedaan om een bevredigende compensatie aan te bieden. Indien tot een dergelijke maatregel wordt overgegaan, heeft elke verdragsluitende partij met wie een dergelijke concessie aanvankelijk werd overeengekomen, elke verdragsluitende partij die overeenkomstig het bepaalde in lid 4 (a) wordt geacht voornaamste leverancier te zijn en elke verdragsluitende partij die overeenkomstig het bepaalde in lid 4 (a) wordt geacht een aanmerkelijk belang te hebben, het recht om uiterlijk zes maanden nadat de maatregel is genomen nagenoeg gelijkwaardige concessies welke aanvankelijk met de verzoekende verdragsluitende partij waren overeengekomen, te wijzigen of in te trekken, doch zulks niet eerder dan dertig dagen nadat schriftelijk bericht van de intrekking door de VERDRAGSLUITENDE PARTIJEN is ontvangen. 5. Een verdragsluitende partij kan vóór 1 januari 1958 en vóór de afloop van elk tijdvak bedoeld in lid 1 zich door kennisgeving aan de VERDRAGSLUITENDE PARTIJEN het recht voorbehouden om gedurende de volgende periode de desbetreffende Lijst te wijzigen overeenkomstig de in de leden 1 tot 3 voorgeschreven procedures. Indien een verdragsluitende partij zich dit recht voorbehoudt, hebben andere verdragsluitende partijen het recht om gedurende hetzelfde tijdvak en volgens dezelfde procedures concessies te wijzigen of in te trekken welke aanvankelijk werden overeengekomen met die verdragsluitende partij. De Engelse en Franse tekst van de Overeenkomst is oorspronkelijk gepubliceerd in Stb.1950/K 440. De vertaling is gepubliceerd in Stb.1950/K 440. De Overeenkomst wordt voorlopig toegepast per 1 januari 1948, zie Trb. 1951/53. Het verdrag is aangevuld en gewijzigd door de in rubriek J van Trb. 1954/129 en rubriek J van Trb. 1956/29 genoemde Protocollen, Overeenkomsten, etc.

Rechtspraak bij dit artikel