Naar hoofdinhoud

DEEL III

Artikel XXVIIIbis

Tariefonderhandelingen

Onderdeel van Algemene Overeenkomst betreffende tarieven en handel· Financieel en economisch recht

1. De verdragsluitende partijen erkennen, dat invoerrechten dikwijls ernstige belemmeringen vormen voor de handel. Van groot belang voor de uitbreiding van de internationale handel zijn derhalve onderhandelingen op grondslag van wederkerigheid en wederzijds voordeel en gericht op aanmerkelijke verlaging van het algemene peil van de tarieven en van andere heffingen op in- en uitvoer en in het bijzonder op de verlaging van tarieven welke zo hoog zijn dat zij zelfs voor de invoer van minimale hoeveelheden een belemmering vormen, mits gevoerd met inachtneming van de doeleinden van deze Overeenkomst en de onderscheiden behoeften van de afzonderlijke verdragsluitende partijen. De VERDRAGSLUITENDE PARTIJEN kunnen daarom periodiek dergelijke onderhandelingen organiseren. 2. Onderhandelingen ingevolge dit artikel worden gevoerd over één voor één uitgekozen produkten of door toepassing van door de betrokken verdragsluitende partijen aanvaarde multilaterale procedures. Dergelijke onderhandelingen kunnen leiden tot de verlaging van invoerrechten, tot de binding van invoerrechten aan het alsdan bestaande peil of tot de verplichting dat afzonderlijke invoerrechten of gemiddelde invoerrechten op bepaalde categorieën produkten geen bepaald peil mogen overschrijden. De binding van lage invoerrechten of de vrijdom van invoerrechten wordt in beginsel erkend als een concessie gelijkwaardig aan een verlaging van hoge invoerrechten. De verdragsluitende partijen erkennen, dat in het algemeen de resultaten van multilaterale onderhandelingen afhangen van de deelneming van alle verdragsluitende partijen waarvan de onderlinge handel een aanmerkelijk deel vormt van hun buitenlandse handel. 3. De onderhandelingen worden gevoerd op een grondslag welke ruimschoots gelegenheid biedt om rekening te houden met: de behoeften van afzonderlijke verdragsluitende partijen en afzonderlijke industrieën; de behoeften van minder-ontwikkelde landen aan een soepele tarifaire bescherming om hun economische ontwikkeling te bevorderen, alsmede de bijzondere behoeften van die landen om invoerrechten voor fiscale doeleinden in stand te houden; en alle andere terzake dienende omstandigheden, met inbegrip van fiscale, ontwikkelings-, strategische en andere behoeften van de desbetreffende verdragsluitende partijen. De Engelse en Franse tekst van de Overeenkomst is oorspronkelijk gepubliceerd in Stb.1950/K 440. De vertaling is gepubliceerd in Stb.1950/K 440. De Overeenkomst wordt voorlopig toegepast per 1 januari 1948, zie Trb. 1951/53. Het verdrag is aangevuld en gewijzigd door de in rubriek J van Trb. 1954/129 en rubriek J van Trb. 1956/29 genoemde Protocollen, Overeenkomsten, etc.

Rechtspraak bij dit artikel