Naar hoofdinhoud

DEEL IV

Artikel XXXVII

Verplichtingen

Onderdeel van Algemene Overeenkomst betreffende tarieven en handel· Financieel en economisch recht

Deze tekst geldt sinds 22 augustus 1967

1. De ontwikkelde verdragsluitende partijen geven zo veel mogelijk – tenzij hun dit om dwingende redenen, eventueel van juridische aard, onmogelijk is – uitvoering aan de volgende bepalingen: zij kennen hoge prioriteit toe aan de verlaging en afschaffing van handelsbelemmeringen voor produkten die voor de uitvoer van de minder ontwikkelde verdragsluitende partijen van bijzonder belang zijn of kunnen zijn, met inbegrip van douanerechten en andere beperkingen die een onredelijk onderscheid maken tussen zulke produkten in onverwerkte en in verwerkte staat; zij onthouden zich van het instellen of het verhogen van douanerechten of non-tarifaire invoerbelemmeringen voor produkten die voor de uitvoer van de minder ontwikkelde verdragsluitende partijen van bijzonder belang zijn of kunnen zijn; en zij onthouden zich van het opleggen van nieuwe fiscale maatregelen, en zij kennen bij de aanpassing van hun fiscaal beleid hoge prioriteit toe aan de verzachting en afschaffing van de bestaande fiscale maatregelen die in hoge mate belemmerend werken of zouden kunnen werken op de toeneming van het verbruik van basisprodukten, zowel in onverwerkte als in verwerkte staat, die geheel of grotendeels voortgebracht zijn op het grondgebied van de minder ontwikkelde verdragsluitende partijen, indien zij speciaal op deze produkten worden toegepast. 2. In alle gevallen waarin men van oordeel is dat geen uitvoering wordt gegeven aan het gestelde onder (a), (b) of (c) van lid 1, dient dit aan de VERDRAGSLUITENDE PARTIJEN gemeld te worden, hetzij door de verdragsluitende partij die aan de betreffende bepalingen geen uitvoering geeft, hetzij door een andere belanghebbende verdragsluitende partij. De VERDRAGSLUITENDE PARTIJEN dienen op verzoek van een belanghebbende verdragsluitende partij, ongeacht eventueel bilateraal overleg dienaangaande, met de betrokken verdragsluitende partij en alle belanghebbende verdragsluitende partijen over de betreffende aangelegenheid overleg te plegen met het oogmerk tot een oplossing te geraken, waarmede alle verdragsluitende partijen zich kunnen verenigen teneinde zodoende bij te dragen tot de verwezenlijking van de in artikel XXXVI neergelegde doelstellingen. Bij dit overleg worden de redenen bestudeerd, die in de gevallen waarin geen uitvoering werd gegeven aan het gestelde onder (a), (b) of (c) van lid 1, daarvoor zijn aangevoerd. Aangezien de uitvoering van het gestelde onder (a), (b) of (c) van lid 1 door de verdragsluitende partijen afzonderlijk in sommige gevallen gemakkelijker kan worden verwezenlijkt in het kader van een gezamenlijk optreden met andere ontwikkelde verdragsluitende partijen, kan het overleg in daarvoor in aanmerking komende gevallen op dit doel worden gericht. In daarvoor in aanmerking komende gevallen kan het overleg der VERDRAGSLUITENDE PARTIJEN ook zijn gericht op het bereiken van overeenstemming inzake gezamenlijk optreden ter verwezenlijking van de doel stellingen van deze Overeenkomst als beoogd in lid 1 van artikel XXV. 3. De ontwikkelde verdragsluitende partijen dienen: in gevallen waarin een regering direct of indirect de verkoopprijzen vaststelt van produkten die geheel of grotendeels worden geproduceerd op het grondgebied van minder ontwikkelde verdragsluitende partijen, alles in het werk te stellen teneinde de handelsmarges op een redelijk peil te handhaven; een grondige studie te maken van andere maatregelen ter verruiming van de mogelijkheden tot stijging van de invoer uit minder ontwikkelde verdragsluitende partijen en te dien einde in internationaal verband op doeltreffende wijze samen te werken; bijzondere aandacht te schenken aan de commerciële belangen van de minder ontwikkelde verdragsluitende partijen bij het overwegen van de toepassing van andere maatregelen die ingevolge deze Overeenkomst zijn toegestaan voor de oplossing van bijzondere vraagstukken en alle mogelijkheden voor constructieve bijdragen na te gaan, alvorens dergelijke maatregelen toe te passen, indien deze afbreuk zouden doen aan de essentiële belangen van die verdragsluitende partijen. 4. De minder ontwikkelde verdragsluitende partijen komen overeen doeltreffende maatregelen te nemen voor de uitvoering van de bepalingen van Deel IV in het belang van de handel van andere minder ontwikkelde verdragsluitende partijen, voor zover dit verenigbaar is met de huidige en toekomstige behoeften van hun ontwikkeling, financiën en handelsverkeer, daarbij rekening houdende met de vroegere ontwikkeling van het handelsverkeer, alsook met de commerciële belangen van de minder ontwikkelde verdragsluitende partijen als geheel. 5. Bij de uitvoering van de in de leden 1 tot en met 4 vervatte verplichtingen verleent iedere verdragsluitende partij iedere andere belanghebbende verdragsluitende partij of alle andere belanghebbende verdragsluitende partijen alle faciliteiten om overeenkomstig de gebruikelijke procedures van deze Overeenkomst overleg te plegen over elke zich voordoende kwestie of moeilijkheid.

Rechtspraak bij dit artikel