Naar hoofdinhoud

DEEL IV

Artikel XXXVIII

Gezamenlijk optreden

Onderdeel van Algemene Overeenkomst betreffende tarieven en handel· Financieel en economisch recht

Deze tekst geldt sinds 22 augustus 1967

1. De gezamenlijk optredende verdragsluitende partijen werken in het kader van deze Overeenkomst alsook anderszins, naar gelang de omstandigheden, samen teneinde de in artikel XXXVI neergelegde doelstellingen te bevorderen. 2. In het bijzonder dienen de VERDRAGSLUITENDE PARTIJEN: waar mogelijk, met name door middel van internationale regelingen, zorg te dragen dat de basisprodukten die voor de minder ontwikkelde verdragsluitende partijen van bijzonder belang zijn, tegen gunstiger en aanvaardbare voorwaarden toegang krijgen tot de wereldmarkten, alsmede maatregelen te treffen, die erop zijn gericht de wereldmarkten voor deze produkten te stabiliseren en te verbeteren, en met name om de prijzen te stabiliseren op een redelijk peil, waarbij de uitvoer van genoemde produkten lonend is; op het gebied van het handels- en ontwikkelingsbeleid te streven naar doeltreffende samenwerking met de Verenigde Naties en de organen en organisaties daarvan, met inbegrip van eventueel op grond van de aanbevelingen van de Conferentie der Verenigde Naties voor Handel en Ontwikkeling in het leven te roepen instellingen; samen te werken bij het analyseren van de ontwikkelingsprogramma's en het ontwikkelingsbeleid van de minder ontwikkelde verdragsluitende partijen afzonderlijk en bij het bestuderen van het tussen handel en hulpverlening bestaande verband met het oogmerk te komen tot concrete maatregelen om het exportpotentieel te vergroten en de toegang tot de exportmarkten voor de produkten van de aldus uitgebreide produktiesectoren te vergemakkelijken en in dit verband te streven naar doeltreffende samenwerking met regeringen en internationale organisaties, en met name met organisaties die bevoegdheden uitoefenen op het gebied van financiële hulp voor economische ontwikkeling, voor het verrichten van systematische studies betreffende het verband tussen handel en hulpverlening in de minder ontwikkelde verdragsluitende partijen afzonderlijk, met het oogmerk een duidelijk inzicht te verkrijgen inzake het exportpotentieel, de afzetmogelijkheden en andere eventueel noodzakelijke maatregelen; de ontwikkeling van de wereldhandel, in het bijzonder met betrekking tot het groeitempo van de handel der minder ontwikkelde verdragsluitende partijen, op de voet te volgen en aan de verdragsluitende partijen de met het oog op de omstandigheden in aanmerking komende aanbevelingen te doen; samen te werken bij het zoeken naar bruikbare methoden tot uitbreiding van het handelsverkeer ten behoeve van de economische ontwikkeling, door het nationale beleid en de nationale wettelijke bepalingen op internationaal niveau te harmoniseren en aan te passen, door toepassing van technische en commerciële normen betreffende de produktie, het vervoer en de afzet, alsmede door het bevorderen van de export door het nemen van maatregelen voor intensievere voorlichting op commercieel terrein en voor de uitbreiding van het marktonderzoek; en de voor de bevordering van de in artikel XXXVI neergelegde doelstellingen en voor de uitvoering van de bepalingen van dit Deel noodzakelijke institutionele maatregelen te treffen.

Rechtspraak bij dit artikel