De consuls-generaal, consuls, vice-consuls en consulaire agenten van Columbia hebben als zoodanig, en voor zoover de Columbiaansche wetgeving zulks toelaat, het recht om tot scheidsman te worden benoemd in de geschillen, die tusschen de gezagvoerders en de bemanning van Columbiaansche schepen mochten ontstaan, en zulks zonder tusschenkomst der plaatselijke overheid, tenzij het gedrag van den gezagvoerder of van de bemanning van dien aard mocht zijn geweest, dat het de orde en de rust van het land zou kunnen storen, of dat de consuls-generaal, consuls, vice-consuls en consulaire agenten den bijstand inroepen der gezegde overheid om hunne uitspraken ten uitvoer te leggen of het gezag daarvan te handhaven.
Het staat echter vast, dat deze bijzondere vorm van rechtspleging of uitspraak door scheidsmannen den geschilvoerende partijen het recht niet ontneemt om daarvan na hunne terugkomst bij de rechterlijke macht van hun eigen land in hooger beroep te komen, wanneer de wetgeving van dit laatste hun dit recht toekent.
Artikel 11
Artikel 11
Onderdeel van Overeenkomst tussen het Koninkrijk der Nederlanden en Colombia tot regeling der voorwaarden, waarop de consulaire ambtenaren van Colombia in de voornaamste havens der Nederlandse overzeese bezittingen zullen worden toegelaten· Belastingrecht
Deze tekst geldt sinds 18 september 1883