De Columbiaansche consuls-generaal, consuls, vice-consuls en consulaire agenten worden beschouwd als handelsagenten, ter bescherming van den zeehandel hunner landgenooten in de havens van het ressort van hun consulair arrondissement.
Zij zijn onderworpen zoowel aan de burgerlijke als aan de strafwetten des lands waar zij gevestigd zijn, behoudens de uitzonderingen, die de tegenwoordige overeenkomst in hun belang vaststelt.
Artikel 2
Artikel 2
Onderdeel van Overeenkomst tussen het Koninkrijk der Nederlanden en Colombia tot regeling der voorwaarden, waarop de consulaire ambtenaren van Colombia in de voornaamste havens der Nederlandse overzeese bezittingen zullen worden toegelaten· Belastingrecht
Deze tekst geldt sinds 18 september 1883