Naar hoofdinhoud
De consuls-generaal, consuls en vice-consuls moeten, alvorens tot de uitoefening hunner betrekking te worden toegelaten en het genot te hebben van de vrijdommen die daaraan verbonden zijn, aan de Regeering van Zijne Majesteit den Koning der Nederlanden eene commissie in behoorlijken vorm overleggen. Nadat het exequatur, hetwelk zoo spoedig mogelijk door den Gouverneur der kolonie zal worden mede-onderteekend, zal zijn verleend, hebben gezegde consulaire ambtenaren van elken rang recht op de bescherming der Regeering en op den bijstand der plaatselijke overheid voor de vrije uitoefening hunner betrekking. De Regeering behoudt zich de bevoegdheid voor het exequatur weder in te trekken of door den Gouverneur der kolonie te doen intrekken, met opgave der redenen.

Rechtspraak bij dit artikel