Naar hoofdinhoud
Wanneer een Columbiaansch schip op de kusten van eene der Nederlandsche koloniën komt te stranden, neemt, bij afwezigheid van den kapitein of met diens toestemming, de consul-generaal, consul, vice-consul of consulaire agent, aanwezig ter plaatse van de schipbreuk of van de redding, al de noodige maatregelen tot redding van schip, lading en alles wat daartoe behoort. Bij afwezigheid van den consul-generaal, consul, vice-consul of consulaire agent, neemt de Nederlandsche overheid, ter plaatse waar het schip is gestrand, de maatregelen bij de wetten der kolonie voorgeschreven.

Rechtspraak bij dit artikel