Wanneer een Columbiaansch schip op de kusten van eene der Nederlandsche koloniën komt te stranden, neemt, bij afwezigheid van den kapitein of met diens toestemming, de consul-generaal, consul, vice-consul of consulaire agent, aanwezig ter plaatse van de schipbreuk of van de redding, al de noodige maatregelen tot redding van schip, lading en alles wat daartoe behoort.
Bij afwezigheid van den consul-generaal, consul, vice-consul of consulaire agent, neemt de Nederlandsche overheid, ter plaatse waar het schip is gestrand, de maatregelen bij de wetten der kolonie voorgeschreven.
Artikel 9
Artikel 9
Onderdeel van Overeenkomst tussen het Koninkrijk der Nederlanden en Colombia tot regeling der voorwaarden, waarop de consulaire ambtenaren van Colombia in de voornaamste havens der Nederlandse overzeese bezittingen zullen worden toegelaten· Belastingrecht
Deze tekst geldt sinds 18 september 1883