Naar hoofdinhoud
1. Elke Partij juicht de vestiging op haar grondgebied van culturele instellingen of vriendschapsverbonden toe in overeenstemming met haar wetten en algemeen beleid, met dien verstande dat voorafgaande aan de oprichting van een instelling uit hoofde van dit artikel toestemming van de betrokken Partij dient te zijn verkregen. 2. Met zorgvuldige inachtneming van het bepaalde in artikel 2, tweede lid, zullen de Partijen de totstandkoming van specifieke samenwerkingsprogramma's tussen de desbetreffende culturele instellingen en lichamen bevorderen.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel