Naar hoofdinhoud

Paragraaf

Artikel 28

Artikel 28

Onderdeel van Verdrag tot verbod van kernwapens in Latijns-Amerika· Ondernemingspraktijk

1. Behoudens het bepaalde in het tweede lid van dit artikel treedt dit Verdrag tussen de Staten die het hebben bekrachtigd in werking zodra aan de volgende vereisten is voldaan: Nederlegging van de akten van bekrachtiging van dit Verdrag bij de Depot-regering door de Regeringen van de in artikel 25 genoemde Staten voor zover zij bestaan op het tijdstip waarop dit Verdrag ter ondertekening wordt opengesteld en zij niet vallen onder de bepalingen van artikel 25, lid 2; Ondertekening en bekrachtiging van het aan dit Verdrag gehechte Aanvullende Protocol I door alle buiten of op het continent gelegen Staten, die de jure of de facto internationale verantwoordelijkheid dragen voor gebieden gelegen in het toepassingsgebied van het Verdrag; Ondertekening en bekrachtiging van het aan dit Verdrag gehechte Aanvullende Protocol II door alle landen die kernwapens bezitten; Sluiting van bilaterale of multilaterale overeenkomsten omtrent de toepassing van het waarborgenstelsel van de Internationale Organisatie voor Atoomenergie overeenkomstig artikel 13 van dit Verdrag. 2. Alle ondertekenende Staten hebben het onvervreemdbare recht af te zien van de vervulling, geheel of gedeeltelijk, van de in het voorgaande lid genoemde vereisten. Zij kunnen dat doen door middel van een verklaring die wordt gehecht aan hun onderscheiden akten van bekrachtiging en die kan worden afgelegd ten tijde van de nederlegging van de akte of daarna. Voor de Staten die van dit recht gebruik maken, treedt dit Verdrag in werking na nederlegging van de verklaring of zodra is voldaan aan de vereisten waarvan niet uitdrukkelijk is afgezien. 3. Zodra dit Verdrag overeenkomstig het bepaalde in het tweede lid voor elf Staten in werking is getreden, belegt de Depot-regering een inleidende bijeenkomst van die Staten opdat de Organisatie kan worden opgericht en met haar arbeid kan aanvangen. 4. Na de inwerkingtreding van dit Verdrag voor alle landen in het gebied, leidt het opkomen van een nieuwe macht die kernwapens bezit ertoe dat de uitvoering van dit Verdrag wordt opgeschort ten aanzien van de landen die het hebben bekrachtigd zonder te hebben afgezien van de vereisten genoemd in het eerste lid, paragraaf c van dit artikel, en die om zodanige opschorting verzoeken; het Verdrag blijft opgeschort totdat de nieuwe macht op eigen initiatief of op verzoek van de Algemene Conferentie, het aangehechte Aanvullende Protocol II bekrachtigt.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel