Naar hoofdinhoud

TITEL III

Artikel 9

Eerbiediging van de algemene beginselen en doelstellingen van afwikkeling

Onderdeel van Overeenkomst betreffende de overdracht en mutualisatie van de bijdragen aan het gemeenschappelijk afwikkelingsfonds· Financieel en economisch recht

Deze tekst geldt sinds 1 januari 2016

1. Het gebruik van het Fonds op wederkerige basis en de overdracht van bijdragen aan het Fonds zijn onderworpen aan het permanent voorhanden zijn van een juridisch kader voor afwikkeling waarvan de regels gelijkwaardig zijn aan en ten minste hetzelfde resultaat opleveren als de volgende in de GAM-verordening neergelegde regels, zonder deze te wijzigen: de procedureregels betreffende de vaststelling van een afwikkelingsregeling als neergelegd in artikel 18 van de GAM-verordening; de regels voor de besluitvorming van de afwikkelingsraad als neergelegd in de artikelen 52 en 55 van de GAM-verordening; de algemene beginselen met betrekking tot afwikkeling als neergelegd in artikel 15 van de GAM-verordening, met name de beginselen dat de aandeelhouders van de instelling in afwikkeling de eerste verliezen dragen en dat de crediteuren van de instelling in afwikkeling na de aandeelhouders verliezen dragen volgens de rangorde van hun vorderingen, als neergelegd in lid 1, punten a) en b), van dat artikel; de regels inzake de in artikel 22, lid 2, van de GAM-verordening bedoelde afwikkelingsinstrumenten, met name de regels inzake de toepassing van het instrument van bail-in als neergelegd in artikel 27 van die verordening en in de artikelen 43 en 44 van de BHA-richtlijn en de specifieke drempels die daarbij zijn vastgesteld in verband met het opleggen van verliezen aan aandeelhouders en crediteuren en in verband met de bijdrage van het Fonds aan een specifieke afwikkelingsmaatregel. 2. Indien de in lid 1 bedoelde regels inzake afwikkeling waarin wordt voorzien bij de GAM-verordening, als op de datum van de initiële vaststelling ervan, tegen de wil van eender welke van de overeenkomstsluitende partijen worden herroepen of anderszins gewijzigd, waaronder de vaststelling van bail-in-regels op een wijze die niet gelijkwaardig is aan, of ten minste niet hetzelfde en niet minder strenge resultaat oplevert als het resultaat dat voortvloeit uit de GAM-verordening als op de datum van de initiële vaststelling ervan, en die overeenkomstsluitende partij haar rechten uit hoofde van het internationaal publiekrecht met betrekking tot een wezenlijke verandering van omstandigheden uitoefent, kan elke overeenkomstsluitende partij het Hof van Justitie op grond van artikel 14 van deze overeenkomst verzoeken na te gaan of er een wezenlijke verandering van omstandigheden is ingetreden en welke de uit die verandering voortvloeiende gevolgen zijn, conform het internationaal publiekrecht. Elke overeenkomstsluitende partij kan in haar verzoek het Hof van Justitie vragen de uitvoering van een maatregel die het voorwerp van het geschil is, op te schorten, in welk geval artikel 278 VWEU en de artikelen 160 tot en met 162 van het Reglement voor de procesvoering van het Hof van Justitie van toepassing zijn. 3. De in lid 2 van dit artikel bedoelde procedure doet geen afbreuk aan en heeft geen gevolgen voor de rechtsmiddelen waarin in de artikelen 258, 259, 260, 263, 265 en 266 VWEU is voorzien.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel