**1.** Indien op een latere datum dan de datum van toepassing van deze overeenkomst conform artikel 12, lid 2, de Raad van de Europese Unie een besluit tot intrekking van de derogatie van een overeenkomstsluitende partij die niet de euro als munt heeft, als omschreven in
artikel 139, lid 1, VWEU, dan wel tot intrekking van de ontheffing ervan, als bedoeld in het aan het VEU en het VWEU gehechte Protocol nr. 16 betreffende enkele bepalingen inzake Denemarken („protocol betreffende enkele bepalingen inzake Denemarken”), of indien, bij ontstentenis van een dergelijk besluit, een overeenkomstsluitende partij die niet de euro als munt heeft, gaat deelnemen aan het gemeenschappelijk toezichtsmechanisme en het gemeenschappelijk afwikkelingsmechanisme, draagt deze partij aan het Fonds van de op haar grondgebied geïnde bijdragen een bedrag over dat gelijk is aan het gedeelte van het totale streefbedrag voor haar nationale compartiment, berekend volgens artikel 4, lid 2, en dat bijgevolg gelijk is aan het bedrag dat door de betrokken overeenkomstsluitende partij zou zijn overgedragen indien deze met ingang van de in artikel 12, lid 2, bedoelde toepassingsdatum van deze overeenkomst aan het gemeenschappelijk toezichtsmechanisme en het gemeenschappelijk afwikkelingsmechanisme had deelgenomen.
**2.** Elk bedrag dat door de financieringsregeling voor de afwikkeling van een in lid 1 bedoelde overeenkomstsluitende partij wordt uitbetaald in verband met afwikkelingsmaatregelen op haar grondgebied, wordt afgetrokken van de uit hoofde van lid 1 door die overeenkomstsluitende partij aan het Fonds over te dragen bedragen. In dat geval blijft de betrokken overeenkomstsluitende partij gehouden een bedrag aan het Fonds over te dragen dat gelijk is aan het bedrag dat nodig zou zijn geweest om het in haar financieringsregeling voor de afwikkeling opgenomen streefbedrag te bereiken, conform artikel 102 van de BHA-richtlijn en binnen de daarin vermelde termijnen.
**3.** De afwikkelingsraad bepaalt, in overleg met de betrokken overeenkomstsluitende partij, het precieze bedrag van de door de partij te betalen bijdragen, volgens de in de leden 1 en 2 neergelegde criteria.
**4.** De kosten van afwikkelingsmaatregelen die op het grondgebied van de overeenkomstsluitende partijen die niet de euro als munt hebben, zijn ingesteld vóór de datum waarop het besluit tot intrekking van de derogatie, als omschreven in artikel 139, lid 1 VWEU, of tot intrekking van de ontheffing ervan, als bedoeld in protocol betreffende enkele bepalingen inzake Denemarken, van kracht wordt of vóór de datum van inwerkingtreding van het in artikel 7, lid 2, van Verordening (EU) nr. 1024/2013 bedoelde besluit van de ECB inzake nauwe samenwerking, worden niet gedragen door het Fonds.
Indien de ECB, in haar algehele beoordeling van de kredietinstellingen als bedoeld in artikel 7, lid 2, punt b), van Verordening (EU) nr. 1024/2013, oordeelt dat een van de kredietinstellingen van de betrokken overeenkomstsluitende partijen faalt of waarschijnlijk zal falen, worden de kosten van afwikkelingsmaatregelen in verband met die kredietinstellingen niet gedragen door het Fonds.
**5.** In geval van beëindiging van de nauwe samenwerking met de ECB worden de bijdragen die zijn overgedragen door de bij de beëindiging betrokken overeenkomstsluitende partij gerecupereerd overeenkomstig artikel 4, lid 3, van de GAM-verordening.
Beëindiging van de nauwe samenwerking met de ECB heeft geen gevolgen voor de rechten en verplichtingen van de overeenkomstsluitende partijen welke voortvloeien uit afwikkelingsmaatregelen die hebben plaatsgevonden in de periode waarin die overeenkomstsluitende partijen onder deze overeenkomst vielen en die betrekking hebben op:
de overdracht van achteraf te betalen bijdragen op grond van artikel 5, lid 1, punt d);
het aanvullen van het Fonds op grond van artikel 6; en
de tijdelijke overdracht tussen compartimenten op grond van artikel 7.
TITEL III
Artikel 8
Overeenkomstsluitende partijen die niet de euro als munt hebben
Onderdeel van Overeenkomst betreffende de overdracht en mutualisatie van de bijdragen aan het gemeenschappelijk afwikkelingsfonds· Financieel en economisch recht
Deze tekst geldt sinds 1 januari 2016