**1.** Elke partij neemt de wetgevende en andere maatregelen die nodig kunnen zijn om zich ervan te vergewissen dat rechtspersonen aansprakelijk kunnen worden gesteld voor de strafbare feiten bedoeld in de artikelen 15 tot en met 17 van dit Verdrag, wanneer deze te hunner voordele zijn gepleegd door een natuurlijke persoon, handelend ofwel individueel ofwel als lid van een orgaan van de rechtspersoon, die binnen die rechtspersoon een leidinggevende functie vervult die gebaseerd is op:
een bevoegdheid de rechtspersoon te vertegenwoordigen;
de bevoegdheid in naam van de rechtspersoon beslissingen te nemen;
de bevoegdheid binnen de rechtspersoon controle uit te oefenen.
**2.** Met inachtneming van de rechtsbeginselen van de partij kan deze aansprakelijkheid van een rechtspersoon strafrechtelijk, civielrechtelijk of bestuursrechtelijk zijn.
**3.** Afgezien van de reeds in het eerste lid voorziene gevallen, neemt elke partij de maatregelen die nodig zijn om te waarborgen dat een rechtspersoon aansprakelijk kan worden gesteld, wanneer het gebrek aan toezicht of controle van de zijde van een natuurlijke persoon als bedoeld in het eerste lid het plegen van een strafbaar feit bedoeld in de artikelen 15 tot en met 17 van dit Verdrag ten voordele van genoemde rechtspersoon door een aan diens gezag onderworpen natuurlijke persoon mogelijk heeft gemaakt.
**4.** Deze aansprakelijkheid geldt onverminderd de strafrechtelijke aansprakelijkheid van de natuurlijke personen die het strafbare feit hebben gepleegd.
HOOFDSTUK IV
Artikel 18
Strafrechtelijke aansprakelijkheid van rechtspersonen
Onderdeel van Verdrag van de Raad van Europa inzake de manipulatie van sportwedstrijden· Strafrecht