Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK IX

Artikel 32

Ondertekening en inwerkingtreding

Onderdeel van Verdrag van de Raad van Europa inzake de manipulatie van sportwedstrijden· Strafrecht

1. Dit Verdrag staat open voor ondertekening door de lidstaten van de Raad van Europa, de andere staten die partij zijn bij het Europees Cultureel Verdrag, de Europese Unie en de niet-lidstaten die hebben deelgenomen aan de opstelling ervan of de status van waarnemer hebben bij de Raad van Europa. 2. Dit Verdrag staat op uitnodiging van het Comité van Ministers voorts open voor ondertekening door andere niet-lidstaten van de Raad van Europa. Het besluit tot uitnodiging van een niet-lidstaat tot ondertekening van het Verdrag wordt na overleg met het Comité voor de follow-up van het Verdrag, zodra dat is ingesteld, genomen met de meerderheid als voorzien in artikel 20, onderdeel d, van het Statuut van de Raad van Europa en met algemene stemmen van de vertegenwoordigers van de verdragsluitende staten die recht hebben op een zetel in het Comité van Ministers. 3. Dit Verdrag dient te worden bekrachtigd, aanvaard of goedgekeurd. De akten van bekrachtiging, aanvaarding of goedkeuring worden nedergelegd bij de Secretaris-Generaal van de Raad van Europa. 4. Dit Verdrag treedt in werking op de eerste dag van de maand die volgt op het verstrijken van een tijdvak van drie maanden na de datum waarop vijf ondertekenaars, waaronder ten minste drie lidstaten van de Raad van Europa, overeenkomstig de bepalingen van het eerste, tweede en derde lid hun instemming door het Verdrag te worden gebonden tot uitdrukking hebben gebracht. 5. Ten aanzien van elke ondertekenende staat of de Europese Unie die later zijn of haar instemming door dit Verdrag te worden gebonden tot uitdrukking brengt, treedt het in werking op de eerste dag van de maand die volgt op het verstrijken van een tijdvak van drie maanden na de datum waarop deze zijn of die haar instemming tot uitdrukking heeft gebracht door het Verdrag te worden gebonden in overeenstemming met de bepalingen van het eerste, tweede en derde lid. 6. Een verdragsluitende partij die geen lid is van de Raad van Europa draagt bij aan de financiering van het Comité voor de follow-up van het Verdrag op een wijze vast te stellen door het Comité van Ministers na overleg met die partij.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel