Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK IX

Artikel 33

Gevolgen van het Verdrag en de verhouding tot andere internationale instrumenten

Onderdeel van Verdrag van de Raad van Europa inzake de manipulatie van sportwedstrijden· Strafrecht

1. Dit Verdrag laat onverlet de rechten en verplichtingen van de partijen die voortvloeien uit internationale multilaterale verdragen inzake specifieke aangelegenheden. Dit Verdrag leidt niet tot verandering van hun rechten en verplichtingen die voortvloeien uit andere, eerder gesloten verdragen ter zake van de bestrijding van doping en verenigbaar zijn met het onderwerp en het doel van dit Verdrag. 2. Dit Verdrag vult in voorkomende gevallen in het bijzonder de van toepassing zijnde multilaterale of bilaterale verdragen tussen de partijen aan, met inbegrip van de bepalingen van: het Europees Verdrag betreffende uitlevering (1957, ETS nr. 24); het Europees Verdrag aangaande de wederzijdse rechtshulp in strafzaken (1959, ETS nr. 30); de Overeenkomst inzake het witwassen, de opsporing, de inbeslagneming en de confiscatie van opbrengsten van misdrijven (1990, ETS nr. 141); het Verdrag van de Raad van Europa inzake het witwassen, de opsporing, de inbeslagneming en confiscatie van opbrengsten van misdrijven en de financiering van terrorisme (2005, CETS nr. 198). 3. De partijen bij het Verdrag kunnen met elkaar bilaterale of multilaterale verdragen sluiten inzake de aangelegenheden die in dit Verdrag worden geregeld teneinde de bepalingen ervan aan te vullen of aan te scherpen of de toepassing van de erin vervatte beginselen te faciliteren. 4. Indien twee of meer partijen reeds een verdrag hebben gesloten met betrekking tot de in dit Verdrag geregelde aangelegenheden of anderszins hun betrekkingen ter zake van deze aangelegenheden hebben geregeld, zijn zij eveneens gerechtigd dat verdrag toe te passen of die betrekkingen dienovereenkomstig te regelen. Wanneer partijen evenwel hun betrekkingen ten aanzien van de in dit Verdrag geregelde aangelegenheden vaststellen op een andere dan de hier voorziene wijze, doen zij dit op een wijze die niet onverenigbaar is met de doelen en beginselen van het Verdrag. 5. Niets in dit Verdrag tast de overige rechten, beperkingen, verplichtingen en verantwoordelijkheden van de partijen aan.

Rechtspraak bij dit artikel