De consuls-generaal, consuls, vice-consuls en consulaire agenten hebben als zoodanig, voor zoover de wetgeving van het Ottomanische rijk zulks toelaat, het regt om tot scheidsmannen te worden benoemd in de geschiIlen, die tusschen de bevelvoerders en de manschap der Ottomanische schepen mogten ontstaan, en zulks zonder tusschenkomst der plaatselijke overheid, tenzij het gedrag der manschap of van den bevelvoerder van dien aard zij geweest, dat het de orde en rust van het land kunne storen, of dat de consuls-generaal, consuls, vice-consuls en consulaire agenten den bijstand inroepen der gezegde overheid, om hunne uitspraken ten uitvoer te leggen of het gezag daarvan te handhaven.
Het staat echter vast dat deze bijzondere vorm van regtspleging of van uitspraak door scheidsmannen, der twistende partijen het regt niet ontneemt om daarvan, na hare terugkomst, bij de regterlijke magt van hun eigen land in hooger beroep te komen, wanneer de wetgeving van dit laatste haar dat regt toekent.
Artikel 12
Artikel 12
Onderdeel van Overeenkomst tussen het Koninkrijk der Nederlanden en het Ottomaanse Rijk inzake de toelating van Turkse Consuls in de voornaamste havens der Nederlandse koloniën· Staats- en bestuursrecht
Deze tekst geldt sinds 7 augustus 1857