De consuls-generaal, consuls, vice-consuls en consulaire agenten, die geen onderdanen zijn der Nederlanden, die, op het oogenblik hunner benoeming, niet als ingezetenen gevestigd zijn in het Koningrijk der Nederlanden of zijne kolonien, en die, behalve die van consul, geene betrekking hebben of geen beroep of handel uitoefenen, zijn, voor zoover in het Ottomanische rijk dezelfde gunsten aan de consuls-generaal, consuls en vice-consuls der Nederlanden zijn toegestaan, vrijgesteld van de inkwartiering, van de personele belasting en daarenboven van alle lands- of gemeentelijke belastingen, die worden aangemerkt als van personelen aard. Deze vrijdom kan zich nimmer uitstrekken tot de in- en uitgaande regten of andere indirecte of reële belastingen.
De consuls-generaal, consuls, vice-consuls en consulaire agenten die geen ingezetenen of erkende onderdanen zijn der Nederlanden, maar die, gelijktijdig met hunne betrekking van consul, eenig beroep of eenigen handel mogten uitoefenen, zijn gehouden de lasten te dragen en de regten en belastingen te voldoen, even als alle Nederlandsche onderdanen en andere inwoners.
De consuls-generaal, consuls, vice-consuls en consulaire agenten, die onderdanen zijn der Nederlanden, maar aan wie is toegestaan eene consulaire betrekking waar te nemen, door de Ottomanische regering opgedragen, zijn gehouden alle regten en belastingen, van welken aard ook, te voldoen.
Artikel 13
Artikel 13
Onderdeel van Overeenkomst tussen het Koninkrijk der Nederlanden en het Ottomaanse Rijk inzake de toelating van Turkse Consuls in de voornaamste havens der Nederlandse koloniën· Staats- en bestuursrecht
Deze tekst geldt sinds 7 augustus 1857