**1.** Bewijzen van oorsprong die op de juiste wijze door Tunesië of een van de nieuwe lidstaten zijn afgegeven in het kader van preferentiële overeenkomsten of autonome regelingen die deze landen onderling toepassen, worden op grond van dit protocol in de betrokken landen aanvaard, mits:
de verkrijging van de oorsprong met zich meebrengt dat een preferentieel tarief wordt toegepast overeenkomstig de in de Euro-mediterrane overeenkomst of in het stelsel van algemene preferenties van de Gemeenschap opgenomen preferentiële tariefmaatregelen;
het bewijs van oorsprong en de vervoersdocumenten uiterlijk op de dag vóór de datum van toetreding zijn afgegeven;
het bewijs van oorsprong binnen vier maanden na de datum van toetreding bij de douaneautoriteiten wordt ingediend.
Indien goederen vóór de datum van toetreding zijn aangegeven voor invoer in Tunesië of een nieuwe lidstaat op grond van op dat moment tussen Tunesië en die nieuwe lidstaat geldende preferentiële overeenkomsten of autonome regelingen, kunnen op grond van die overeenkomsten of regelingen achteraf afgegeven bewijzen van oorsprong ook worden aanvaard, mits het bewijs binnen vier maanden na de datum van toetreding aan de douaneautoriteiten wordt overgelegd.
**2.** Tunesië en de nieuwe lidstaten mogen vergunningen waarmee de status van „toegelaten exporteur” is verleend in het kader van preferentiële overeenkomsten of autonome regelingen die zij onderling toepassen, blijven gebruiken, mits:
een dergelijke bepaling ook is opgenomen in de door Tunesië vóór de datum van toetreding met de Unie gesloten overeenkomst;
de toegelaten exporteurs de regels van oorsprong uit hoofde van die overeenkomst toepassen.
Deze vergunningen moeten uiterlijk één jaar na de datum van toetreding worden vervangen door nieuwe vergunningen die volgens de voorwaarden van de overeenkomst zijn afgegeven.
**3.** Verzoeken om controle achteraf van bewijzen van oorsprong die zijn afgegeven op grond van de in de leden 1 en 2 preferentiële overeenkomsten of autonome regelingen kunnen door de bevoegde douaneautoriteiten van Tunesië en de nieuwe lidstaten worden ingediend en worden door die autoriteiten aanvaard gedurende een periode van drie jaar na de afgifte van het betrokken bewijs van oorsprong.
HOOFDSTUK II
Artikel 3
Bewijs van oorsprong en administratieve samenwerking
Onderdeel van Protocol bij de Euro-mediterrane overeenkomst waarbij een associatie tot stand wordt gebracht tussen de Europese Gemeenschap en haar lidstaten, enerzijds, en de Republiek Tunesië, anderzijds, teneinde rekening te houden met de toetreding van de Republiek Bulgarije en Roemenië tot de Europese Unie· Financieel en economisch recht
Deze tekst geldt sinds 1 oktober 2020