Naar hoofdinhoud
1. De bepalingen van de Euro-mediterrane overeenkomst kunnen worden toegepast op goederen die worden uitgevoerd uit Tunesië naar een van de nieuwe lidstaten of uit een van de nieuwe lidstaten naar Tunesië, die voldoen aan de bepalingen van protocol 4 en die op de datum van toetreding onderweg zijn of zich in tijdelijke opslag, in een douane-entrepot, in een vrije zone of op een bedrijventerrein in Tunesië of in die nieuwe lidstaat bevinden. 2. In dergelijke gevallen mag preferentiële behandeling worden verleend, mits binnen vier maanden na de datum van toetreding bij de douaneautoriteiten van het land van invoer een bewijs van oorsprong wordt ingediend dat achteraf is afgegeven door de douaneautoriteiten van het land van uitvoer.

Rechtspraak bij dit artikel