Naar hoofdinhoud
1. Het vervoer van gedetineerden op het grondgebied van de ontvangststaat van en naar de penitentiaire inrichting vindt plaats in opdracht van de directeur of de aangewezen autoriteit in de zendstaat en wordt uitgevoerd door ambtenaren die door de Minister van Veiligheid en Justitie van de ontvangststaat zijn aangewezen. 2. Tijdens het vervoer van gedetineerden mogen maatregelen van rechtstreekse dwang, met inbegrip van vrijheidsbeperkende middelen, vanwege de veiligheid en het ongestoorde verloop van het vervoer worden toegepast door de aangewezen ambtenaren, met inachtneming van de regeling Geweldsinstructie penitentiaire inrichtingen van de ontvangststaat. 3. De directeur is bevoegd tot het opleggen van sancties voor tijdens het vervoer van en naar de penitentiaire inrichting door gedetineerden gepleegde disciplinaire overtredingen, in overeenstemming met het recht van de zendstaat.

Rechtspraak bij dit artikel