De consuls-generaal, consuls, vice-consuls en consulaire agenten zijn met geenerhande diplomatieke waardigheid bekleed.
Iedere aanvrage, die aan de Nederlandsche Regering moet worden gedaan, geschiedt door tusschenkomst van den diplomatieken agent, te 's Gravenhage gevestigd. Bij gebreke van zoodanigen agent en in spoed vereischende gevallen, kan de consul-generaal consul of vice-consul zelf de aanvrage doen aan den gouverneur der kolonie, daarbij het dringende der zaak bewijzende, en de redenen uiteenzettende waarom de aanvrage niet aan de ondergeschikte overheid kan worden gedaan, of aantoonende dat de vroegere aanvragen aan deze overheden zonder gevolg zijn gebleven.
Artikel 6
Artikel 6
Onderdeel van Overeenkomst tussen het Koninkrijk der Nederlanden en het Koninkrijk België inzake de toelating van Belgische Consuls in de voornaamste havens der Nederlandse koloniën· Staats- en bestuursrecht
Deze tekst geldt sinds 11 mei 1855