Naar hoofdinhoud
De consuls-generaal en de consuls zijn bevoegd consulaire agenten te benoemen in de havens vermeld in art. 1. De consulaire agenten kunnen zonder onderscheid zijn Nederlandsche onderdanen, Belgen of onderdanen van elk ander land, gevestigd of kunnende, volgens de bepalingen der plaatstelijke wetten, worden toegelaten tot het zich vestigen in de haven, waar de consulaire agent wordt aangesteld. Deze consulaire agenten, wier benoeming onderworpen is aan de goedkeuring van den gouverneur der kolonie, worden voorzien van eene aanstelling, afgegeven door den consul onder wiens bevelen zij werkzaam moeten zijn. De gouverneur der kolonie kan in ieder geval de goedkeuring, waarvan zoo even is gesproken, aan de consulaire agenten ontnemen, onder mededeeling der redenen van zoodanigen maatregel aan den consul-generaal of consul.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel