Naar hoofdinhoud

Artikel 4

Artikel 4

Onderdeel van Tractaat tussen het Koninkrijk der Nederlanden en het Koninkrijk België tot regeling der wateraftappingen uit de Maas· Ruimtelijke ordening en milieu

Deze tekst geldt sinds 14 juli 1863

De hoeveelheid van het aan de Maas af te tappen water word vastgesteld als volgt: wanneer de waterstand op de Maas boven het vaarpeil der rivier is, 10 kub. el per seconde; wanneer de waterstand gelijk met het vaarpeil of daarbeneden is, 7½ kub. el per seconde van den 15den October tot den 20sten Junij, en 6 kub. el van den 21sten Junij tot den 4den October. De hoogte van het vaarpeil, thans afwisselend tusschen de merken van 30 en 40 duim boven de nul der peilschaal aan de brug te Maastricht, komt overeen met een minimum van diepgang tusschen Maastricht en Venlo van 70 duim. Binnen een jaar na de bekrachtiging van het tegenwoordig tractaat, zal aan den mond der nieuwe, bij Maastricht aan te leggen prise d'eau, aan de zijde der Maas, eene peilschaal worden geplaatst, waarop met gemeen overleg een merk zal worden gesteld, overeenkomende met den waterstand aan de peilschaal bij bovengemelde brug, dat dan het vaarpeil aanwijst. Ten gevolge van het voorafgaande zal, te rekenen van de voltooijing van het in art. 1 vermelde voedingskanaal, geen gebruik meer worden gemaakt van de prise d'eau aan de Maas te Hocht. Ingevolge artikel 7 van het Verdrag tussen het Koninkrijk der Nederlanden en het Vlaams Gewest inzake de afvoer van het water van de Maas wordt de werking van het artikel opgeschort vanaf 1 juli 1996.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel