Naar hoofdinhoud

Artikel 6

Bewijsmiddelen met betrekking tot onderdanen van een derde Staat of staatlozen

Onderdeel van Overeenkomst tussen de Benelux-Staten (het Koninkrijk België, het Groothertogdom Luxemburg en het Koninkrijk der Nederlanden) en de Republiek Kazachstan betreffende de terug- en overname· Migratierecht

Deze tekst geldt sinds 1 juni 2017

1. Het bewijs dat is voldaan aan de in artikel 3 vermelde voorwaarden voor overname van onderdanen van een derde Staat of staatlozen kan worden geleverd door middel van de volgende bewijsmiddelen: geldige visa of verblijfstitels afgegeven door de aangezochte Partij; visa of verblijfstitels afgegeven door de aangezochte Partij, waarvan de geldigheidsduur niet langer dan twee jaar is verstreken; inreis-/uitreisstempels of soortgelijke aantekeningen in het reisdocument van de betrokkene waaruit diens binnenkomst of verblijf op het grondgebied van de aangezochte Partij blijkt of waarmee zijn binnenkomst op het grondgebied van de verzoekende Partij vanuit het grondgebied van de aangezochte Partij kan worden aangetoond (reisroute); door de aangezochte Partij op naam afgegeven documenten (bijvoorbeeld: rijbewijs, legitimatiebewijs); documenten van de burgerlijke stand of een inschrijving op het grondgebied van de aangezochte Partij; kopieën van de onder 1 tot en met 4 genoemde documenten. Bovengenoemde bewijsmiddelen worden tussen de Partijen zonder verdere formaliteiten erkend. 2. Een begin van bewijs dat is voldaan aan de in artikel 3 van deze Overeenkomst genoemde voorwaarden voor overname van onderdanen van een derde Staat of staatlozen kan worden geleverd door middel van de volgende elementen: op naam gestelde reisbiljetten, bescheiden of facturen indien daaruit de binnenkomst of het verblijf van de betrokkene op het grondgebied van de aangezochte Partij blijkt, of waarmee zijn binnenkomst op het grondgebied van de verzoekende Partij vanuit het grondgebied van de aangezochte Partij kan worden aangetoond (bijvoorbeeld: hotelrekeningen, afspraakkaarten voor bezoek aan arts/tandarts, toegangsbewijzen voor openbare/particuliere instellingen, passagierslijsten voor vlieg- of bootreizen); inlichtingen waaruit blijkt dat de betrokkene heeft gebruikgemaakt van de diensten van een reisbegeleider of reisbureau; officiële verklaringen van met name met de controle aan de staatsgrens van de aangezochte Partij belaste ambtenaren en andere functionarissen die kunnen getuigen dat betrokkene de staatsgrens van de aangezochte Partij heeft overschreden; officiële verklaringen van ambtenaren over de aanwezigheid van de betrokkene op het grondgebied van de aangezochte Partij; een sedert meer dan twee jaren verlopen verblijfstitel, afgegeven door de aangezochte Partij; een op schrift gestelde verklaring waarin de plaats en omstandigheden worden beschreven waaronder de betrokkene na binnenkomst op het grondgebied van de verzoekende Partij is onderschept; inlichtingen die door een internationale organisatie over de identiteit en/of het verblijf van de betrokkene zijn verstrekt; een door een reisgenoot afgelegde getuigenverklaring; verklaringen van de betrokkene zelf; andere bescheiden (bijvoorbeeld niet op naam gestelde toegangskaartjes) of betrouwbare informatie aan de hand waarvan het verblijf op of de doorreis over het grondgebied van de aangezochte Partij aannemelijk kan worden gemaakt. Wanneer dit begin van bewijs is geleverd, nemen de Partijen aan dat aan de voorwaarden is voldaan, tenzij de aangezochte Partij het tegendeel kan bewijzen.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel