Naar hoofdinhoud
1. Het verzoek om terugname van een eigen onderdaan kan op ieder ogenblik door de bevoegde autoriteit van de verzoekende Partij worden ingediend, wanneer is vastgesteld dat de betrokkene niet of niet meer voldoet aan de voorwaarden voor binnenkomst of verblijf op het grondgebied van de verzoekende Partij. 2. Het verzoek om overname van een onderdaan van een derde Staat of van een staatloze persoon moet door de bevoegde autoriteit van de verzoekende Partij worden ingediend binnen een termijn van ten hoogste één jaar nadat de verzoekende Partij kennis heeft gekregen van het feit dat deze persoon niet of niet meer voldoet aan de voorwaarden voor binnenkomst of verblijf op het grondgebied van de verzoekende Partij. Indien er juridische of andere belemmeringen zijn waardoor het verzoek niet tijdig kan worden ingediend, wordt de termijn, op verzoek, verlengd doch uiterlijk totdat de belemmeringen zijn opgeheven. 3. Een verzoek om terug- of overname moet onverwijld en in elk geval uiterlijk binnen een termijn van 21 kalenderdagen worden beantwoord en de afwijzing van een verzoek om terug- of overname moet worden gemotiveerd. Deze termijn begint te lopen vanaf de datum van ontvangst van het verzoek om terug- of overname. Wanneer niet binnen deze termijn wordt geantwoord, wordt aangenomen dat met de terug- of overname wordt ingestemd. 4. Nadat de instemming is gegeven of, in voorkomend geval, nadat de termijn van 21 kalenderdagen is verstreken, neemt de aangezochte Partij de persoon met wiens terug- of overname is ingestemd, zonder verdere formaliteiten onverwijld en in elk geval uiterlijk binnen een termijn van één maand terug of over. Deze termijn kan op verzoek worden verlengd met de tijd die nodig is om belemmeringen van juridische of andere aard op te heffen. 5. Op verzoek van de verzoekende Partij verstrekt de aangezochte Partij op naam van de over te dragen persoon onverwijld, doch uiterlijk binnen vijf werkdagen, de noodzakelijke reisdocumenten met een geldigheidsduur van ten minste zes maanden. Kan de aangezochte Partij het gevraagde reisdocument niet binnen vijf werkdagen na de datum van ontvangst van het verzoek verstrekken, dan wordt aangenomen dat zij instemt met het gebruik van een door de verzoekende Partij verstrekt reisdocument. Indien de betrokkene om juridische of andere redenen niet binnen de geldigheidstermijn van het oorspronkelijk afgegeven reisdocument kan worden overgedragen, verstrekt de aangezochte Partij binnen vijf werkdagen een nieuw reisdocument met dezelfde geldigheidsduur.

Rechtspraak bij dit artikel