Naar hoofdinhoud

DEEL III

Artikel 21

Stagiairs

Onderdeel van Verdrag tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Verenigde Naties betreffende de zetel van het Internationaal Restmechanisme voor Straftribunalen· Internationaal publiekrecht

Deze tekst geldt sinds 1 september 2016

1. Binnen acht (8) dagen na het begin van een stage in het gastland verzoekt het Mechanisme het ministerie van Buitenlandse Zaken een stagiair te registreren in overeenstemming met het tweede lid van dit artikel. 2. Het ministerie van Buitenlandse Zaken registreert de stagiairs voor een tijdvak van ten hoogste een (1) jaar, mits het Mechanisme het ministerie van Buitenlandse Zaken een door hen ondertekende verklaring doet toekomen, vergezeld van voldoende bewijs, waaruit blijkt dat: de stagiair het gastland is binnengekomen in overeenstemming met de van toepassing zijnde immigratieprocedures; de stagiair over voldoende financiële middelen beschikt om in zijn of haar levensonderhoud te voorzien alsmede voor zijn of haar terugkeer, voldoende verzekerd is tegen ziektekosten (met inbegrip van een dekking voor kosten van ziekenhuisopname voor ten minste de duur van de stage plus een maand), beschikt over een wettelijke aansprakelijkheidsverzekering en niet ten laste zal komen van de openbare middelen van het gastland; de stagiair in het gastland geen betaalde werkzaamheden zal verrichten anders dan als stagiair bij het Mechanisme, tenzij hij of zij op andere gronden gerechtigd is werk te verrichten in het gastland; de stagiair geen familieleden meebrengt die bij hem of haar in het gastland zullen wonen, tenzij in overeenstemming met de desbetreffende immigratieprocedures; en de stagiair het gastland verlaat binnen 15 dagen na het einde van de stage, tenzij hij of zij op andere gronden gerechtigd is in het gastland te verblijven. 3. Na registratie van de stagiair in overeenstemming met het tweede lid van dit artikel geeft het ministerie van Buitenlandse Zaken aan de stagiair een identiteitskaart af. 4. Het Mechanisme is niet aansprakelijk voor schade voortvloeiend uit niet-naleving door in overeenstemming met het tweede lid van dit artikel geregistreerde stagiairs van de voorwaarden van de in dat lid bedoelde verklaring. 5. Stagiairs genieten geen voorrechten, immuniteiten en faciliteiten, uitgezonderd: immuniteit van enigerlei rechtsvervolging met betrekking tot alle door hen in hun officiële hoedanigheid voor het Mechanisme gesproken of geschreven woorden en verrichte handelingen; deze immuniteit blijft ook gelden na beëindiging van de stage bij het Mechanisme voor namens het Mechanisme uitgevoerde activiteiten; en onschendbaarheid van alle officiële stukken en documenten in welke vorm en van welk materiaal dan ook. 6. Het Mechanisme stelt het ministerie van Buitenlandse Zaken binnen acht (8) dagen na het definitieve vertrek van de stagiair uit het gastland daarvan in kennis en retourneert daarbij de identiteitskaart van de stagiair. 7. In uitzonderlijke omstandigheden kan het maximumtijdvak van een (1) jaar genoemd in het tweede lid van dit artikel eenmaal worden verlengd met ten hoogste een (1) jaar.

Rechtspraak bij dit artikel