**1.** Raadslieden die in het bezit zijn van een certificaat dat zij door het Mechanisme zijn toegelaten als raadsman en die hun officiële functies uitoefenen genieten, na voorafgaande kennisgeving door het Mechanisme aan het gastland van hun opdracht, aankomst en definitieve vertrek, dezelfde voorrechten, immuniteiten en faciliteiten als die welke worden toegekend aan deskundigen die opdrachten voor de Verenigde Naties uitvoeren uit hoofde van artikel VI, paragraaf 22, onderdelen a - c, van het Algemeen Verdrag, met inbegrip van onderstaande wijzigingen en aanvullingen:
immuniteit van arrestatie en detentie of enige andere vrijheidsbeperking en van inbeslagname van hun persoonlijke bagage;
immuniteit van enigerlei rechtsvervolging met betrekking tot alle in hun officiële hoedanigheid gesproken of geschreven woorden en verrichte handelingen; deze immuniteit blijft ook gelden na beëindiging van de uitoefening van hun functie bij het Mechanisme;
onschendbaarheid van alle officiële stukken en documenten in welke vorm en van welk materiaal dan ook;
tezamen met de gezinsleden die deel uitmaken van hun huishouding, vrijstelling van inreisbeperkingen en vreemdelingenregistratie;
ten behoeve van hun communicatie uit hoofde van hun functie als raadslieden, het recht stukken en documenten in welke vorm dan ook te ontvangen en te verzenden;
vrijstelling van inspectie van persoonlijke bagage, tenzij gegronde redenen bestaan om aan te nemen dat de bagage artikelen bevat waarvan de invoer of uitvoer bij wet verboden is of waarop de quarantainevoorschriften van het gastland van toepassing zijn; in een dergelijk geval wordt een inspectie uitgevoerd in aanwezigheid van de betrokken raadsman;
dezelfde voorrechten met betrekking tot valuta- en wisselfaciliteiten als die welke worden toegekend aan vertegenwoordigers van buitenlandse regeringen van tijdelijke officiële missies; en
tezamen met de gezinsleden die deel uitmaken van hun huishouding, dezelfde repatriëringsfaciliteiten als die welke overeenkomstig het Verdrag van Wenen bij internationale crises gelden voor diplomatieke gezanten.
**2.** Wanneer zij zijn benoemd overeenkomstig het Statuut en het Reglement van proces- en bewijsvoering, wordt aan de raadslieden door de griffier een certificaat uitgereikt voor het tijdvak benodigd voor de uitoefening van hun functie. Indien de volmacht of het mandaat wordt beëindigd voor het verstrijken van de geldigheidsduur van het certificaat, wordt het certificaat ingetrokken.
**3.** Na ontvangst van het certificaat overeenkomstig het tweede lid van dit artikel, geeft het ministerie van Buitenlandse Zaken aan de raadslieden een identiteitskaart af indien zij langer dan 90 dagen in het gastland dienen te verblijven en zij een nationaliteit bezitten van buiten de Europese Unie.
**4.** Voor zover het vaststellen van enige vorm van belasting wordt gebaseerd op het ingezetenschap worden tijdvakken gedurende welke de raadslieden voor de uitoefening van hun functie aanwezig zijn in het gastland, niet aangemerkt als tijdvakken van ingezetenschap.
**5.** Raadslieden die onderdaan of permanent ingezetene van het gastland zijn, genieten uitsluitend de volgende voorrechten, immuniteiten en faciliteiten voor zover benodigd voor de onafhankelijke uitoefening van hun functie bij het Mechanisme:
immuniteit van arrestatie en detentie of enige andere vrijheidsbeperking;
immuniteit van enigerlei rechtsvervolging met betrekking tot alle in hun officiële hoedanigheid gesproken of geschreven woorden en verrichte handelingen; deze immuniteit blijft ook gelden na beëindiging van de uitoefening van hun functie bij het Mechanisme;
onschendbaarheid van alle officiële stukken en documenten in welke vorm en van welk materiaal dan ook; en
ten behoeve van de communicatie uit hoofde van hun functie als raadslieden, het recht stukken en documenten in welke vorm dan ook te ontvangen en te verzenden.
**6.** Raadslieden worden door het gastland niet aan enige maatregel onderworpen die de vrije en onafhankelijke uitoefening van hun functie bij het Mechanisme kan beïnvloeden.
**7.** Dit artikel doet geen afbreuk aan mogelijke disciplinaire regels die op de raadslieden van toepassing zijn.
**8.** Bij het definitieve vertrek van de raadslieden of wanneer de raadslieden niet langer hun functie bij het Mechanisme uitoefenen, wordt de in het derde lid van dit artikel bedoelde identiteitskaart onverwijld door het Mechanisme aan het ministerie van Buitenlandse Zaken geretourneerd.
**9.** De bepalingen van dit artikel zijn van overeenkomstige toepassing op personen die de verdediging bijstaan en als zodanig door de griffier zijn erkend, overeenkomstig de relevante regels en procedures.
DEEL III
Artikel 22
Raadslieden en personen die de verdediging bijstaan
Onderdeel van Verdrag tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Verenigde Naties betreffende de zetel van het Internationaal Restmechanisme voor Straftribunalen· Internationaal publiekrecht
Deze tekst geldt sinds 1 september 2016