Naar hoofdinhoud

DEEL III

Artikel 24

Overige personen wier aanwezigheid op de zetel van het Mechanisme vereist is

Onderdeel van Verdrag tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Verenigde Naties betreffende de zetel van het Internationaal Restmechanisme voor Straftribunalen· Internationaal publiekrecht

Deze tekst geldt sinds 1 september 2016

1. Aan de overige personen wier aanwezigheid op de zetel van het Mechanisme vereist is worden, voor zover nodig voor het naar behoren functioneren van het Mechanisme, de volgende voorrechten, immuniteiten en faciliteiten toegekend, mits het in het tweede lid van dit artikel bedoelde document wordt overgelegd: immuniteit van arrestatie en detentie of enige andere vrijheidsbeperking met betrekking tot handelingen of veroordelingen voorafgaand aan hun binnenkomst op het grondgebied van het gastland; immuniteit van inbeslagname van hun persoonlijke bagage, tenzij gegronde redenen bestaan om aan te nemen dat de bagage artikelen bevat waarvan de invoer of uitvoer bij wet verboden is of waarop de quarantainevoorschriften van het gastland van toepassing zijn; immuniteit van enigerlei rechtsvervolging met betrekking tot alle door hen tijdens hun verblijf bij het Mechanisme gesproken of geschreven woorden en verrichte handelingen; deze immuniteit blijft ook gelden wanneer zij niet meer op de zetel van het Mechanisme aanwezig zijn; onschendbaarheid van alle officiële stukken en documenten in welke vorm en van welk materiaal dan ook; en vrijstelling van inreisbeperkingen en vreemdelingenregistratie wanneer zij ten behoeve van hun aanwezigheid op de zetel van het Mechanisme van en naar het Mechanisme reizen. 2. Aan de in dit artikel bedoelde personen wordt door de griffier een document uitgereikt waaruit blijkt dat hun aanwezigheid op de zetel van het Mechanisme vereist is en waarin het tijdvak wordt vermeld waarin hun aanwezigheid nodig is. Een dergelijk document wordt voor het verstrijken van de geldigheidsduur ervan ingetrokken indien hun aanwezigheid op de zetel van het Mechanisme niet langer vereist is. 3. De in het eerste lid van dit artikel bedoelde voorrechten, immuniteiten en faciliteiten houden op van toepassing te zijn na een tijdvak van vijftien (15) aaneengesloten dagen na de datum waarop de aanwezigheid van de persoon niet langer door het Mechanisme vereist is, op voorwaarde dat de persoon de gelegenheid heeft gehad het gastland in dat tijdvak te verlaten. 4. In dit artikel bedoelde personen die onderdaan of permanent ingezetene van het gastland zijn, genieten geen voorrechten, immuniteiten en faciliteiten, uitgezonderd voor zover benodigd voor het naar behoren functioneren van het Mechanisme, immuniteit van enigerlei rechtsvervolging met betrekking tot alle door hen tijdens hun aanwezigheid op de zetel van het Mechanisme gesproken of geschreven woorden en verrichte handelingen. Deze immuniteit blijft ook gelden nadat hun aanwezigheid op de zetel van het Mechanisme niet langer vereist is. 5. In dit artikel bedoelde personen worden door het gastland niet aan enige maatregel onderworpen die hun aanwezigheid voor het Mechanisme kan beïnvloeden.

Rechtspraak bij dit artikel