**1.** Onverminderd de verplichting van het gastland te voldoen aan verzoeken om bijstand van of bevelen uitgevaardigd door het Mechanisme uit hoofde van artikel 28 van het Statuut, worden aan getuigen de volgende voorrechten, immuniteiten en faciliteiten toegekend die nodig zijn voor het naar behoren functioneren van het Mechanisme, mits het in het tweede lid van artikel genoemde document wordt overgelegd:
immuniteit van arrestatie en detentie of enige andere vrijheidsbeperking met betrekking tot handelingen of veroordelingen voorafgaand aan hun binnenkomst op het grondgebied van het gastland;
immuniteit van inbeslagname van hun persoonlijke bagage, tenzij gegronde redenen bestaan om aan te nemen dat de bagage artikelen bevat waarvan de invoer of uitvoer bij wet verboden is of waarop de quarantainevoorschriften van het gastland van toepassing zijn;
immuniteit van enigerlei rechtsvervolging met betrekking tot alle door hen gedurende hun verschijning of getuigenverklaring gesproken of geschreven woorden en verrichte handelingen; deze immuniteit blijft ook gelden na hun verschijning of getuigenverklaring voor het Mechanisme;
onschendbaarheid van alle stukken en documenten in welke vorm dan ook en van materiaal met betrekking tot hun verschijning of getuigenverklaring;
vrijstelling van inreisbeperkingen en vreemdelingenregistratie wanneer zij reizen ten behoeve van hun verschijning of getuigenverklaring;
ten behoeve van de communicatie met het Mechanisme en met de raadslieden in verband met hun verschijning of getuigenverklaring, het recht stukken in welke vorm dan ook te ontvangen en te verzenden; en
dezelfde repatriëringsfaciliteiten als die welke overeenkomstig het Verdrag van Wenen bij internationale crises gelden voor diplomatieke gezanten.
**2.** Aan getuigen wordt door het Mechanisme een document uitgereikt waaruit blijkt dat hun verschijning door het Mechanisme vereist is en waarin het tijdvak wordt vermeld waarin hun aanwezigheid nodig is. Dit certificaat wordt voor het verstrijken van de geldigheidsduur ervan ingetrokken indien de verschijning van de getuige voor het Mechanisme, of zijn of haar aanwezigheid op de zetel van het Mechanisme niet langer vereist is.
**3.** De in het eerste lid van dit artikel bedoelde voorrechten, immuniteiten en faciliteiten, uitgezonderd die bedoeld in het eerste lid, onderdeel c, van dit artikel houden op van toepassing te zijn na een tijdvak van vijftien (15) aaneengesloten dagen na de datum waarop de aanwezigheid van de betrokken getuige niet langer door het Mechanisme vereist is, op voorwaarde dat een dergelijke getuige de gelegenheid heeft gehad het gastland in dat tijdvak te verlaten.
**4.** Getuigen die onderdaan of permanent ingezetene van het gastland zijn, genieten uitsluitend de volgende voorrechten, immuniteiten en faciliteiten voor zover benodigd voor hun verschijning of getuigenverklaring voor het Mechanisme:
immuniteit van arrestatie en detentie of enige andere vrijheidsbeperking;
immuniteit van enigerlei rechtsvervolging met betrekking tot alle door hen gedurende hun verschijning of getuigenverklaring gesproken of geschreven woorden en verrichte handelingen; deze immuniteit blijft ook gelden na hun verschijning of getuigenverklaring voor het Mechanisme;
onschendbaarheid van alle officiële stukken en documenten in welke vorm en van welk materiaal dan ook;
ten behoeve van de communicatie met het Mechanisme en met hun raadslieden in verband met hun verschijning of getuigenverklaring, het recht stukken in welke vorm dan ook te ontvangen en te verzenden.
**5.** Getuigen worden door het gastland niet aan enige maatregel onderworpen die hun verschijning of getuigenverklaring voor het Mechanisme kan beïnvloeden.
**6.** De griffier neemt alle maatregelen die noodzakelijk zijn om de onverwijlde verplaatsing naar een derde staat te regelen van getuigen die na het verschijnen of afleggen van een getuigenverklaring voor het Mechanisme om veiligheidsredenen niet kunnen terugkeren naar hun vaderland of naar het land waar zij hun vaste verblijfplaats hebben.
DEEL III
Artikel 23
Getuigen
Onderdeel van Verdrag tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Verenigde Naties betreffende de zetel van het Internationaal Restmechanisme voor Straftribunalen· Internationaal publiekrecht
Deze tekst geldt sinds 1 september 2016