Wanneer een geschil ontstaat tussen de Bank en een land dat heeft opgehouden lid te zijn, of tussen de Bank en een lid nadat is beslist dat de werkzaamheden van de Bank zullen worden beëindigd, wordt het geschil onderworpen aan arbitrage door een scheidsgerecht van drie scheidslieden. Een van de scheidslieden wordt door de Bank benoemd, een andere door het betrokken land en de derde door de President van het Internationale Gerechtshof of een andere autoriteit die volgens daarvoor door de Raad van Gouverneurs aangenomen voorschriften is aangewezen, tenzij de partijen anders beslissen. Een meerderheid van stemmen van de scheidslieden is voldoende om tot een onherroepelijk en voor de partijen bindend besluit te komen. De derde scheidsman is bevoegd te beslissen over alle procedurekwesties waarover de partijen van mening verschillen.
HOOFDSTUK X
Artikel 55
Arbitrage
Onderdeel van Verdrag betreffende de Aziatische Infrastructuurinvesteringsbank· Financieel en economisch recht
Deze tekst geldt sinds 25 december 2015