Steeds wanneer de toestemming van een lid is vereist voordat een handeling door de Bank, behalve ingevolge artikel 53, tweede lid, mag worden verricht, wordt die toestemming geacht te zijn gegeven, tenzij het lid binnen een redelijke termijn die de Bank bij het mededelen aan het lid voor de voorgestelde handeling kan vaststellen, daartegen bezwaar maakt.
HOOFDSTUK X
Artikel 56
Wanneer toestemming wordt geacht te zijn gegeven
Onderdeel van Verdrag betreffende de Aziatische Infrastructuurinvesteringsbank· Financieel en economisch recht
Deze tekst geldt sinds 25 december 2015