Naar hoofdinhoud
1. Voor de toepassing van dit Verdrag: betekent „audiovisueel werk” een samenstelling van beelden of van beelden en geluiden, die op een drager zijn vastgelegd, met inbegrip van, maar niet beperkt tot, speelfilms, documentaires, animatiefilms en digitale producties; hieronder zijn evenwel niet begrepen items die buiten de reikwijdte vallen van de wet- en regelgeving die van toepassing is op de audiovisuele industrie van een van de partijen; betekent „coproducent” audiovisuele productiebedrijven of producenten uit Zuid-Afrika of audiovisuele productiebedrijven of producenten uit Nederland die betrokken zijn bij het maken van een gecoproduceerd audiovisueel werk, of omvat, met betrekking tot coproducties met derden ingevolge artikel 7, vierde lid, coproducenten die geen onderdanen van Zuid-Afrika of Nederland zijn; en is een „gecoproduceerd audiovisueel werk” een audiovisueel werk dat door één of meer producenten uit Zuid-Afrika in samenwerking met één of meer producenten uit Nederland is gemaakt door middel van een gezamenlijke investering en gezamenlijk copyright, en omvat een audiovisueel werk waarop artikel 7, vierde lid, van toepassing is. 2. De bepalingen van het Verdrag zijn van overeenkomstige toepassing op coproducties voor televisie, video en andere categorieën van audiovisuele werken, maar uitsluitend indien dat in de nationale wet- en regelgeving van beide partijen wordt voorzien. 3. Wat het Koninkrijk der Nederlanden betreft, is dit Verdrag uitsluitend van toepassing op het Europese deel van het Koninkrijk der Nederlanden.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel