**1.** De belangrijkste artistieke en technische functies in een gecoproduceerd audiovisueel werk worden bekleed door personen uit de volgende categorieën:
Met betrekking tot de Republiek Zuid-Afrika:
burgers van de Republiek Zuid-Afrika; of
permanent ingezetenen van de Republiek Zuid-Afrika; [of]
personen met de nationaliteit van een andere lidstaat van de Afrikaanse Unie.
Met betrekking tot het Koninkrijk der Nederlanden:
personen met de Nederlandse nationaliteit; of
personen die permanent verblijven in het deel van het Koninkrijk der Nederlanden bedoeld in artikel 1, derde lid; of
personen met de nationaliteit van een andere lidstaat van de Europese Unie; of
personen met de nationaliteit van een andere staat die partij is bij de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte van 2 mei 1992.
**2.** Aan elk gecoproduceerd audiovisueel werk nemen belangrijke artiesten en technici afkomstig uit een van de partijen deel. Het aandeel in en de samenstelling van de belangrijkste artiesten en technici van elk van de partijen wordt door middel van onderhandelingen tussen de coproducenten bepaald voordat het audiovisuele werk voor voorlopige goedkeuring aan de bevoegde autoriteiten van beide partijen wordt voorgelegd.
**3.** Personen die niet behoren tot een van de in het eerste lid van dit artikel genoemde categorieën kunnen uitsluitend worden aanvaard als de gelijken van personen die wel deel uitmaken van een van de in het eerste lid genoemde categorieën na schriftelijke toestemming van beide bevoegde autoriteiten, rekening houdend met de vereisten van het audiovisuele werk.
**4.** De partijen komen overeen dat ook wanneer een audiovisueel werk wordt gecoproduceerd met een of meer coproducenten uit andere staten waarmee een van de partijen een coproductieovereenkomst of -verdrag heeft gesloten, de bevoegde autoriteiten per geval kunnen besluiten voor dat audiovisuele werk toegang te verlenen tot de voordelen uit hoofde van dit Verdrag. Het aandeel van de bijdragen van een staat aan een dergelijke coproductie is ten minste 20% (twintig procent) van het budget voor het audiovisuele werk. Onder bepaalde omstandigheden kunnen de bevoegde autoriteiten andere grenzen overeenkomen, maar hierbij geldt een minimum van 10% (tien procent).
**5.** Studio-opnamen en filmen op locatie voor een gecoproduceerd audiovisueel werk vinden bij voorkeur plaats in studio’s gevestigd op het grondgebied van een van de of beide partijen. De bevoegde autoriteiten van beide partijen kunnen, indien het script of de oorspronkelijke setting van het audiovisuele werk dat vereist, om redenen van artistieke aard besluiten dat het filmen op locatie elders geschiedt.
**6.** De oorspronkelijke soundtrack van elk gecoproduceerd audiovisueel werk wordt vervaardigd in een van de officiële talen van hetzij de Republiek Zuid-Afrika, hetzij het Koninkrijk der Nederlanden, hetzij elke combinatie van de toegestane talen. De dialogen kunnen andere talen omvatten indien het script dat vereist.
Artikel 7
Inbreng, filmen op locatie en soundtrack
Onderdeel van Verdrag tussen de Regering van het Koninkrijk der Nederlanden en de Regering van de Republiek Zuid-Afrika betreffende audiovisuele coproductie· Cultureel recht