**1.** Uiterlijk 90 dagen na de datum van instelling van het arbitragepanel, legt het een tussentijds verslag voor aan de partijen. Wanneer het arbitragepanel van oordeel is dat deze termijn niet kan worden gehaald, stelt de voorzitter van het arbitragepanel de partijen en het Samenwerkingscomité hiervan schriftelijk in kennis, met opgave van de redenen voor de vertraging en de datum waarop het arbitragepanel zijn tussentijds verslag denkt te kunnen voorleggen. In geen geval mag het tussentijdse verslag later dan 120 dagen na de datum van instelling van het arbitragepanel worden voorgelegd.
**2.** In dringende gevallen stelt het arbitragepanel alles in het werk om het tussentijdse verslag binnen 45, maar in geen geval later dan 60 dagen na de datum van instelling voor te leggen. Een partij kan binnen zeven dagen na ontvangst van het tussentijdse verslag het arbitragepanel schriftelijk verzoeken bepaalde aspecten te heroverwegen, overeenkomstig artikel 180, lid 2.
**3.** Bij een geschil tussen partijen over een noodsituatie zoals gedefinieerd in artikel 138, onder h), wordt het tussentijdse verslag binnen 20 dagen na de datum van instelling van het arbitragepanel voorgelegd, en worden verzoeken ingevolge artikel 180, lid 2, gedaan binnen vijf dagen nadat het tussentijdse verslag is voorgelegd. Het arbitragepanel kan ook besluiten af te zien van het tussentijdse verslag.
TITEL III › HOOFDSTUK 14 › AFDELING 3 › ONDERAFDELING 1
Artikel 181
Tussentijds verslag van het arbitragepanel
Onderdeel van Versterkte Partnerschaps- en Samenwerkingsovereenkomst tussen de Europese Unie en haar lidstaten, enerzijds, en de Republiek Kazachstan, anderzijds· Financieel en economisch recht
Deze tekst geldt sinds 1 maart 2020