Naar hoofdinhoud

DEEL I › HOOFDSTUK III

Artikel 16

Samenwerking op het gebied van bescherming van intellectuele-eigendomsrechten

Onderdeel van Economische partnerschapsovereenkomst tussen de Europese Unie en haar lidstaten, enerzijds, en de SADC-EPO-staten, anderzijds· Financieel en economisch recht

1. De partijen herbevestigen hun verbintenissen op grond van artikel 46 van de Overeenkomst van Cotonou en hun rechten, verplichtingen en flexibiliteiten als vastgelegd in de Overeenkomst inzake de handelsaspecten van de intellectuele eigendom, die is opgenomen in bijlage 1C bij de Overeenkomst tot oprichting van de Wereldhandelsorganisatie („TRIPs-overeenkomst”). 2. De partijen komen overeen passende, doeltreffende en niet-discriminerende bescherming van intellectuele-eigendomsrechten („IER’s”) te verlenen en te verzekeren, en voorzien in maatregelen voor de handhaving van die rechten in geval van schending daarvan, in overeenstemming met de bepalingen van de internationale overeenkomsten waarbij zij partij zijn. 3. De partijen kunnen samenwerken in aangelegenheden die verband houden met geografische aanduidingen („GA’s”), in overeenstemming met de bepalingen van afdeling 3 (artikelen 22–24) van de TRIPs-overeenkomst. De partijen erkennen het belang van GA’s en oorspronggebonden producten voor duurzame landbouw en plattelandsontwikkeling. 4. De partijen zijn het erover eens dat het van belang is te antwoorden op redelijke verzoeken om elkaar informatie en opheldering over aangelegenheden in verband met GA’s en andere IER’s te verschaffen. Onverminderd de algemene strekking van deze samenwerking kunnen de partijen, met wederzijdse instemming, internationale en regionale organisaties met deskundigheid op het gebied van GA’s inschakelen. 5. De partijen beschouwen traditionele kennis als een belangrijk gebied waarop in de toekomst samenwerking mogelijk is. 6. De partijen kunnen overwegen in de toekomst onderhandelingen over de bescherming van IER’s te openen, en de SADC-EPO-staten hebben de ambitie en zullen ernaar streven bij onderhandelingen als collectief op te treden. Als onderhandelingen worden begonnen, zal de EU de opneming van bepalingen inzake samenwerking en speciale en gedifferentieerde behandeling in overweging nemen. 7. Indien een partij bij deze overeenkomst geen partij is bij een toekomstige overeenkomst inzake de bescherming van IER’s waarover overeenkomstig lid 6 is onderhandeld en tot die overeenkomst wenst toe te treden, kan zij onderhandelen over de voorwaarden voor toetreding daartoe. 8. Indien een overeenkomst die voortvloeit uit de in de leden 6 en 7 bedoelde onderhandelingen, leidt tot resultaten die onverenigbaar blijken met de toekomstige ontwikkeling van een regionaal kader van de SADC voor IER’s, zullen de partijen bij de onderhavige overeenkomst gezamenlijk inspanningen doen om deze overeenkomst aan te passen en in overeenstemming te brengen met het regionale kader en tegelijkertijd zorgen voor een evenwichtige verdeling van de voordelen.

Rechtspraak bij dit artikel